ECLI:NL:RBNNE:2026:3398
Rechtbank Noord-Nederland
- Uitspraak
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- LEE 25/3244
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Schadevergoedingsuitspraak
Inhoudsindicatie
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Instituut vergoeding voor extra kosten van juridische bijstand mocht afwijzen. Gezien de feiten en omstandigheden van dit geval is niet gebleken dat het maken van die kosten redelijk was. De rechtbank acht het niet onredelijk om het te houden bij de al toegekende vergoeding van vier uur en zes minuten. Eisers zaak over vergoeding van fysieke schade aan het pand betreft een standaardzaak, waarin de bouwkundige kant voorop stond. De rechtbank vermag niet in te zien welke extra tijd een advocaat daar nog extra ook aan had behoeven te besteden. Eiser had aan de bestuurder van de BV toestemming gegeven om als contactpersoon richting het Instituut op te treden tijdens de behandeling van zijn schadeaanvraag. Die bestuurder had dus namens eiser contact met het Instituut kunnen onderhouden. Verder mocht het Instituut betrekken dat aan eiser een zaaksbegeleider was toegewezen, die eiser enige ondersteuning tijdens de aanvraagfase kon bieden. Daarnaast zijn eerder aan eiser twee overlastvergoedingen en een thuisblijfvergoeding toegekend. Daarmee is eiser al in enige mate gecompenseerd voor moeite en tijd die hij in de behandeling van zijn schadeaanvraag heeft moeten steken, waaronder basaal administratief werk. Beroep ongegrond verklaard.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.