Procesverloop
2.1.
Met het primaire besluit van 12 september 2024 heeft de burgemeester aan eiser een last onder dwangsom voor onbepaalde tijd opgelegd, vanwege het zich ophouden op een openbare plaats met het kennelijke doel om drugs te dealen. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt door eiser.
2.2.
Met het bestreden besluit van 8 mei 2025 op het bezwaar van eiser is de burgemeester bij het primaire besluit gebleven.
2.3.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 8 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, S. Eloise als tolk Papiaments en de gemachtigden van de burgemeester.
Beoordeling door de rechtbank
Mocht de burgemeester de last onder dwangsom opleggen aan eiser?
3. Eiser stelt dat de last onder dwangsom aan hem niet mocht worden opgelegd. Hij voert daartoe het volgende aan.
3.1.
Een last alleen kan worden opgelegd als er een overtreding heeft plaatsgevonden, waarbij er gevaar is voor herhaling. Maar daar is volgens eiser geen sprake van. Eiser ontkent namelijk de overtreding en voert aan dat er sprake is van gebrekkig politieonderzoek. Hij verwijst daarbij naar de stukken en voert aan dat het politieonderzoek enkel is gebaseerd op aannames en interpretaties. De handeling die plaatsvond, had namelijk niets te maken met het verhandelen van drugs. Eiser leende een tientje uit aan een vriend en dat gebaar is op dat moment door de agenten geïnterpreteerd als een drugsgerelateerde transactie. Eiser stelt zich op het standpunt dat de burgemeester nader onderzoek had moeten doen om te beoordelen of de rapportage aan de besluitvorming ten grondslag kon worden gelegd. Zo hadden processen-verbaal kunnen worden opgevraagd van de doorzoekingen in eisers auto en woning. Daar zijn namelijk geen drugs aangetroffen. Verder had de getuige nader gehoord kunnen worden. Door dit nader onderzoek na te laten is de besluitvorming door de burgemeester onzorgvuldig.
3.2
Verder voert eiser aan dat het opleggen van de last onder dwangsom voor hem een onevenredige uitwerking heeft. In het openbare gebied waar de toezichthouders extra waakzaam zijn, bevindt zich de horecagelegenheid waar eiser altijd zijn vrienden ontmoet. Eiser wordt daar op dit moment dermate in de gaten gehouden, dat elke willekeurige interactie op straat voor hem verstrekkende gevolgen kan hebben als dit weer verkeerd wordt geïnterpreteerd. Eiser komt er daarom nu helemaal niet meer. De last beperkt hem dus in zijn bewegingsvrijheid en eiser ziet zijn vrienden ook niet meer. Het is daarom een erg zware sanctie in verhouding met het doel waarvoor deze is opgelegd.
3.3.
Tot slot merkt eiser op dat de mogelijkheid van het indienen van een verzoek opheffing van de last onder dwangsom, dit alles niet anders maakt. Weliswaar biedt dit enig perspectief, maar eiser is dan wel opnieuw overgeleverd aan het bestuursorgaan dat eerder al onjuist heeft gehandeld.
4. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat hij de last onder dwangsom mocht opleggen aan eiser. Hij voert daartoe het volgende aan.
4.1.
Uit de bestuurlijke rapportage blijkt voldoende dat eiser de overtreding heeft begaan. De waarnemingen zijn gedaan door de Criminele Interventie Groep, een specialistisch politieteam dat zich bezighoudt met opsporing van drugcriminaliteit. Uit de rapportage blijkt dat er zich drie bij het politieteam bekende harddrugsgebruikers ophielden, kennelijk in afwachting van eiser. Er is waargenomen dat er vervolgens een transactie plaatsvond tussen eiser en een van de harddrugsgebruikers. Ook voldoet eiser aan het signalement dat een van de afnemers van zijn dealer heeft gegeven. Dat eiser zich in het gebied heeft opgehouden met het kennelijke doel om drugs te dealen, is daarom voldoende aannemelijk. De burgemeester ziet niet in waarom de bestuurlijke rapportages onvoldoende grondslag bieden voor zijn besluit. Het alternatieve aangedragen scenario van eiser over het uitlenen van een tientje aan een bij de politie bekende harddrugsgebruiker, is volgens de burgemeester ongeloofwaardig.
4.2.
Verder stelt de burgemeester zich op het standpunt dat het opleggen van de last onder dwangsom geen onevenredige uitwerking heeft voor eiser. Hij wordt door de last niet beperkt in zijn bewegingsvrijheid en er volgt ook geen dwangsom, zolang eiser dezelfde overtreding niet begaat. De burgemeester licht toe dat in het geval van eiser juist de nadruk ligt op het voorkomen van herhaling, omdat al viermaal eerder is waargenomen dat eiser zich ophoudt met personen die betrokken zijn bij vermoedelijke drugshandel.
5. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgronden van eiser niet slagen. Zij overweegt daartoe als volgt.
5.1.
Wanneer het gaat om het handhaven van de openbare orde, dan is de burgemeester bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen in het geval van een overtreding. Deze bevoegdheid is in deze zaak nader uitgewerkt in de APV en de Beleidsregel. In het bestuursrecht geldt dat het begaan van de overtreding aannemelijk gemaakt moet worden. Daarbij moet rekening gehouden worden met vaste rechtspraak dat een bestuursorgaan in beginsel mag afgaan op de juistheid van de bevindingen die daarin zijn opgetekend. Als die bevindingen worden betwist, moet er wel voldoende grond bestaan voor twijfel aan die bevindingen. Alleen het tegenspreken, het opwerpen van stellingen, of het schetsen van een alternatief scenario, is dan dus niet voldoende.
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank bevat de bestuurlijke rapportage voldoende concrete informatie om de overtreding aannemelijk te maken. De niet onderbouwde ontkenning door eiser en het door hem geschetste alternatieve scenario maken niet dat er voldoende grond is voor twijfel aan de bevindingen van de politie. De burgemeester heeft mogen aannemen dat sprake was van een overtreding en is dus bevoegd. Hij mocht de last onder dwangsom opleggen aan eiser.
5.3.
Het besluit is ook niet onevenredig. De belangenafweging die in deze zaak moet worden gemaakt gaat over het maatschappelijk belang van het handhaven van de openbare orde, tegenover het persoonlijk belang van eiser. In hetgeen eiser heeft aangevoerd kunnen geen bijzondere omstandigheden worden gevonden die maken dat de burgemeester had moeten afzien van het besluit. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester aan het doel dat met de last gediend wordt meer gewicht mogen toekennen dan aan het persoonlijk belang van eiser. Het staat eiser immers vrij zijn vrienden te ontmoeten zolang van overtredingen geen sprake is. De burgemeester heeft in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid.