ECLI:NL:RBOBR:2026:5470
Rechtbank Oost-Brabant
- Uitspraak
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- 26/1834
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie
Afwijzing voorlopige voorziening. Betreft bij het college van gedeputeerde staten (GS) ingediend verzoek om handhaving ten aanzien van het AZC in Nuenen. Verzoeker is door het college niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot handhaving, omdat hij geen belanghebbende is. De inhoud van het handhavingsverzoek (met name natuur, bodem, stikstof) is mede bepalend voor de omvang van het geding. Aspecten die niet in het handhavingsverzoek aan de orde zijn gesteld vallen buiten de reikwijdte van dit geschil. Verzoeker heeft zijn spoedeisend belang op voormelde aspecten onvoldoende aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter kan daarom alleen een voorlopige voorziening treffen indien sprake is van evidente onrechtmatigheid in de besluitvorming. Daarvan is niet gebleken. Vaststaat weliswaar dat GS op een aantal door verzoeker aangevoerde punten niet het bevoegde orgaan is om op het handhavingsverzoek te beslissen en dat niet duidelijk heeft gecommuniceerd in haar besluitvorming, dit kan echter met artikel 6:22 van de Awb worden gerepareerd.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.