1 De procedure
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de man met als bijlagen productie 1 tot en met 17, binnengekomen op 18 september 2025;
het exploot van betekening van 29 september 2025, binnengekomen op 1 oktober 2025;
de op 18 november 2025 binnengekomen brief, met als bijlage productie 18, van mr. Baeten;
het verweerschrift van de vrouw met als bijlagen productie 1 tot en met 8, met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken) binnengekomen op 8 december 2025;
het verweerschrift van de man op de zelfstandige verzoeken van de vrouw, met als bijlagen producties 18 tot en met 36 binnengekomen op 30 januari 2026;
de op 6 februari 2026 binnengekomen brief van mr. Baeten;
de op 23 februari 2026 binnengekomen brief van mr. Baeten;
de op 9 maart 2026 binnengekomen brief van mr. Van Oostveen;
de op 18 maart 2026 binnengekomen brief, met als bijlagen productie 9 tot en met 14, van mr. Van Oostveen;
de op 20 maart binnengekomen brief, met bijlage, van mr. Baeten;
de op 7 mei 2026 binnengekomen brief van mr. Oostveen;
de op 11 mei 2026 binnengekomen brief, met als bijlagen producties 37 tot en met 44, van mr. Baeten;
het stelbericht van mr. Hartman;
de op 18 mei 2026 binnengekomen brief van mr. Oostveen.
1.2.
De verzoeken en verweren zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling van
19 mei 2026. Hiervan zijn aantekeningen gemaakt. Tijdens deze behandeling zijn gehoord:
de man, bijgestaan door zijn advocaat,
de vrouw, bijgestaan door haar advocaat,
W. Jongsma, namens de Raad voor de Kinderbescherming.
1.3.
Na de mondelinge behandeling is, met toestemming van de rechtbank, op 26 mei 2026 de brief, met bijlagen, van mr. Van Oostveen binnengekomen.
1.4.
De rechtbank heeft bijzondere toegang verleend aan:
[naam] , ambulant begeleider namens Hifive voor de moeder,
mr. M.A. Baeten, patroon voor mr. Hartman.
1.5.
[minderjarige 1] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.