ECLI:NL:RBOVE:2026:4636
Rechtbank Overijssel
- Uitspraak
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- ak_24_2086
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Beroep gegrond. De gemachtigde voert aan dat de taxateur van de heffingsambtenaar de factor ‘cultuurgrondvrijstelling’ niet goed heeft toegepast. Volgens de heffingsambtenaar is op een deel van het perceel de cultuurgrondvrijstelling van toepassing - op grond van artikel 2, lid 1, sub a van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ - en op een ander deel niet. In eerdere taxaties was hiermee ten onrechte geen rekening gehouden. In de taxatiematrix in beroep is hier, in het voordeel van belanghebbenden, wel rekening mee gehouden. De heffingsambtenaar heeft in beroep de woning en grond opnieuw laten controleren en inmeten. Daarbij is de grond gesplitst, aanvankelijk op basis van de volgende indeling: 1.800 m² grond bij de woning en 7.512 m² weidegrond. In de taxatiematrix is de oppervlakte van de bij de woning behorende grond gecorrigeerd, van 1.800 m² naar 2.150 m². De overige grond is voor de waardebepaling buiten beschouwing gelaten. De gemachtigde heeft zijn stelling dat de cultuurgrondvrijstelling niet juist is berekend niet, laat staan met verifieerbare gegevens, onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.