Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBOVE:2026:4647

Rechtbank Overijssel

Uitspraak
28 juli 2026
Zaaknummer
12262351 \ CV EXPL 26-1061
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding

Inhoudsindicatie

De Zuivelhoeve huurt sinds 2012 een winkel van verhuurder. In het naastgelegen pand exploiteert een derde partij een horecazaak, die dat pand op zijn beurt ook huurt van verhuurder. Tussen verhuurder en eiser is in juni 2023 een koopovereenkomst tot stand gekomen en in augustus 2023 is de leveringsakte gepasseerd. Tussen eiser en verhuurder is in geschil of verhuurder naast adres 2 ook adres 1 in eigendom heeft overgedragen aan eiser. Hierover is in februari 2026 bij deze rechtbank een kort geding aanhangig geweest. In oktober 2026 staat de mondelinge behandeling in de bodemprocedure gepland. Eiser vordert in dit kort geding van De Zuivelhoeve (i) betaling van de huur , (ii) overlegging van de huurovereenkomst tussen De Zuivelhoeve en verhuurder en (iii) het gehengen en gedogen van herstelwerkzaamheden aan de kelderbak en scheidingswanden. Eiser stelt dat hij van beide panden eigenaar is geworden en dat hij door de eigendomsoverdracht van rechtswege verhuurder is geworden van De Zuivelhoeve. De Zuivelhoeve voert verweer, waarin verhuurder, als gevoegde partij, haar steunt. De kantonrechter oordeelt dat het in deze zaak niet rechtstreeks gaat om de vraag wie eigenaar is geworden van adres 1. Maar ook voor de beantwoording van de vraag aan wie De Zuivelhoeve de huur verschuldigd is, moet de kantonrechter noodzakelijkerwijs de vraag beantwoorden of eiser eigenaar en verhuurder is van adres 1 en of eiser recht heeft op betaling van de huur. Die vraag zal in de bodemprocedure moeten worden beantwoord. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser daarom af.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.