Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RBOVE:2026:5059

Rechtbank Overijssel

Uitspraak
12 augustus 2026
Zaaknummer
ak_25_2204
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Belanghebbende voert aan dat de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonde. Hij werd tijdens de hoorzitting overvallen met de mededeling dat de WOZ-waarde voor zijn woning zou worden gebaseerd op koopcijfers in een voor hem tot dan toe onbekend taxatieverslag. GBLT had hem daarover niet voorafgaand aan de hoorzitting geïnformeerd. Volgens de heffingsambtenaar heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting alle relevante stukken digitaal kunnen inzien en is hem de gelegenheid geboden om alle relevante stukken voorafgaand aan de hoorzitting te komen inzien (..). Voor zover belanghebbende moet worden gevolgd in zijn standpunt dat het nieuwe taxatieverslag voorafgaand aan de hoorzitting voor hem digitaal niet zichtbaar was, laat de rechtbank het bestreden besluit op grond van artikel 6:22 van de Awb in stand, nu aannemelijk is dat belanghebbende hierdoor niet wezenlijk in zijn processuele belangen is benadeeld. Dit alleen al niet omdat het de heffingsambtenaar vrij staat krachtens vaste rechtspraak van de Hoge Raad om in elke fase van de procedure referentiewoningen steeds te vervangen door betere (rond de waardepeildatum gerealiseerde) koopcijfers van voldoende vergelijkbare objecten.

Uitspraak

Lees de hele uitspraak met een gratis account

Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.