ECLI:NL:RBROT:2026:10329
Rechtbank Rotterdam
- Uitspraak
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 71.045310.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
De dagvaarding is nietig voor zover het de feiten 2, 3 en 4 betreft omdat het voor de verdachte onduidelijk is wat hem onder welk feit wordt verweten en tegen welke beschuldiging hij zich dient te verdedigen. Ten aanzien van feit 1 geldt dat de verdachte wordt veroordeeld voor het verwerven, bezitten en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografisch materiaal. Hij krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 90 dagen waarvan 26 dagen voorwaardelijk, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden. Het onvoorwaardelijk strafdeel is gelijk aan het voorarrest, zodat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast wordt een taakstraf voor de duur van 120 uren opgelegd.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.