ECLI:NL:RBROT:2026:10506
Rechtbank Rotterdam
- Uitspraak
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/10/722155 / KG ZA 26-654
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Kort geding
Inhoudsindicatie
Kort geding. Staken verhuur woning en betaling boetes. Toewijzing. De kantonrechter heeft in een bodemprocedure al geoordeeld dat het kettingbeding in de notariële akte waarmee de woning aan gedaagde is geleverd niet nietig is en dat eiseres nakoming van het in het kettingbeding opgenomen verhuurverbod kan vorderen. Doordat partijen geen hoger beroep tegen het vonnis hebben ingesteld, zijn de beslissingen in het vonnis bindend tussen partijen. De overwegingen van de kantonrechter kunnen daarom niet opnieuw ter discussie worden gesteld. Daarnaast moet de rechter die in kort geding beslist op een vordering tot het geven van een voorlopige voorziening nadat de civiele bodemrechter een vonnis in de hoofdzaak heeft gewezen, zoals in dit geval, zijn vonnis afstemmen op het oordeel van die bodemrechter. Het uitgangspunt in deze zaak is dus dat eiseres nakoming van het verhuurverbod kan vorderen en dat gedaagde de verhuur van de woning moet staken. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Eiseres heeft er tot slot voldoende spoedeisend belang bij om de verhuur van de woning zo snel mogelijk te laten eindigen.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.