ECLI:NL:RBROT:2026:8483
Rechtbank Rotterdam
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- ROT 24/10950
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Wht, beroep ongegrond, adres eiser niet bekend, weigering overname private schulden.
Uitspraak
Procesverloop
2. Met het besluit van 3 mei 2024 (het primaire besluit) heeft Sociale Banken Nederland (SBN) geweigerd de schulden van eiser over te nemen.
2.1.
Met het besluit van 22 oktober 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser is de minister bij dat besluit gebleven.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De behandeling van het beroep van eiser was aanvankelijk gepland op een zitting van 3 februari 2026. De oproeping aan eiser, die werd verzonden naar het door eiser opgegeven adres, [straatnaam] in [woonplaats] , werd door de rechtbank terugontvangen. Uit de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP) is gebleken dat eiser niet meer woonachtig was op het adres. De rechtbank heeft de uitnodiging voor de zitting daarom op
5 januari 2026 per e-mail naar eiser gestuurd.
2.4.
Op 27 januari 2026 heeft eiser telefonisch contact opgenomen met de rechtbank. In dit telefoongesprek heeft eiser verklaard dat hij geen dossier en geen advocaat heeft en heeft hij aangegeven naar België te zijn verhuisd. Daarnaast heeft hij de rechtbank verzocht om de zitting van 3 februari 2026 uit te stellen om hem in de gelegenheid te stellen een advocaat te zoeken en het dossier te verkrijgen. De rechtbank is akkoord gegaan met het verzoek tot aanhouding van de zaak en heeft eiser in de gelegenheid gesteld om binnen een maand een nieuwe advocaat te vinden. Daarnaast heeft de rechtbank eiser verzocht om binnen een maand een adres door te geven waarop hij voor de rechtbank te bereiken is. Omdat slechts een e-mailadres van eiser bekend was bij de rechtbank is tevens medegedeeld dat de correspondentie met eiser via dit e-mailadres zou verlopen.
2.5.
De behandeling van het beroep is vervolgens op een zitting op 2 juni 2026 gepland. De oproeping voor deze zitting is per e-mail naar eiser verzonden, omdat eiser geen nieuw adres of advocaat heeft doorgegeven aan de rechtbank. Eiser heeft niet, zoals door de rechtbank verzocht, bevestigd dat hij de oproep heeft ontvangen. Hij was ook niet meer te bereiken via zijn telefoonnummer. De e-mail is niet retour gekomen.
2.6.
Naar het oordeel van de rechtbank is het eiser te verwijten, dan wel moet het voor zijn rekening komen, dat hij zijn adreswijziging niet aan de rechtbank bekend heeft gemaakt. De rechtbank heeft daarom besloten de behandeling van de beroepszaak voort te zetten. De rechtbank verwijst daarvoor naar het bepaalde in artikel 8:38 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verificatie van het door eiser, bij het instellen van beroep in november 2024, aan de rechtbank opgegeven adres, leverde op dat eiser op dat adres niet langer woonachtig is. Eisers huidige adres is onbekend. Het is daardoor niet mogelijk toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:38, tweede lid van de Awb en alsnog een uitnodiging of oproeping te versturen aan het juiste adres van eiser.
2.7.
De Awb biedt wel de mogelijkheid van bekendmaking van de dag van de zitting op andere wijze, maar schrijft niet voor wat er moet gebeuren, als het door de betrokkene opgegeven adres bij verificatie onjuist blijkt te zijn en het werkelijke – of juiste – adres niet kan worden achterhaald. De rechtbank acht hieraan te hebben voldaan door de oproeping voor de zitting van 2 juni 2026 per e-mail naar eiser te verzenden. Daarom zet zij de behandeling van de zaak voort buiten de aanwezigheid van eiser.
2.8.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiser is niet ter zitting verschenen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.