ECLI:NL:RBROT:2026:9304
Rechtbank Rotterdam
- Uitspraak
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- C/10/721990 / KG ZA 26-633
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Kort geding
Inhoudsindicatie
Kort geding. Vorderingen strekkende tot het meewerken aan de verkoop van de gezamenlijke woning van partijen. Toewijzing onder voorwaarde. Belangenafweging. Artikel 3 IVRK. Het belang van de minderjarige zoon van partijen om gedurende het schooljaar 2026-2027 nog in de woning te kunnen blijven wonen en het belang van de vrouw om voorlopig ook nog in de woning te kunnen blijven wonen, wegen zwaarder dan het belang van de man om de woning op (zeer) korte termijn aan een derde te kunnen verkopen. De vrouw krijgt tot en met 30 juni 2027 de tijd om het aandeel van de man in de woning over te nemen en de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de op de woning rustende hypotheekschuld te laten ontslaan. Voor het geval dat het aandeel van de man in de woning op 1 juli 2027 niet notarieel is overgedragen aan de vrouw of in het geval dat de man op 1 juli 2027 niet uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de op de woning rustende hypotheekschuld is ontslagen, wordt de vrouw veroordeeld om medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning aan een derde.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.