Procesverloop
2. Met de bestreden besluiten van 27 maart 2025 en 1 april 2025 op de bezwaren van eiseres is verweerder bij de boetebesluiten gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten onder kenmerk ROT 25/3873, respectievelijk ROT 25/4012.
2.2.
Verweerder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
Nadat de zaken op een zitting waren gepland, hebben partijen de rechtbank laten weten dat zij een zitting niet nodig vinden. De rechtbank doet daarom op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak.
Totstandkoming van de bestreden besluiten
ROT 25/3873
3.1.
Verweerder heeft de boete in ROT 25/3873 gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 9 oktober 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Daarin beschrijft de toezichthouder dat hij op 25 september 2024 in de delenhal van eiseres in een krat bestemd voor humane consumptie meerdere borstkappen zag met groen/gele maagdarm inhoud en gele graankorrels. Door de aanwezigheid van de bezoedeling zijn de borstkappen volgens de toezichthouder niet meer geschikt voor humane consumptie en hadden deze verzameld moeten worden als categorie-2 materiaal.
3.2.
Op grond van dit rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “Levensmiddelen werden niet in alle stadia van de productie en verwerking beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie, schadelijk kan worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kan worden verontreinigd dat het redelijkerwijze niet meer in die staat kan worden geconsumeerd.”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 2.4, eerste lid, onder c, van de Regeling dierlijke producten, en met artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004. Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 17.500,-. Dit is een verhoging van het standaardboetebedrag omdat sprake is van recidive.
ROT 25/4012
3.3.
Verweerder heeft de boete in ROT 25/4012 gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 30 oktober 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA. Daarin beschrijft de toezichthouder dat hij op 23 oktober 2024 in de delenhal van eiseres volgens het ‘Handhavingsprotocol verontreiniging slachterijen pluimvee’ 50 pluimveekarkassen controleerde op verontreiniging en daarbij één karkas aantrof dat was verontreinigd met zichtbare sporen van gal.
3.4.
Op grond van dit rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “De exploitant van een levensmiddelenbedrijf had niet of onvoldoende zorggedragen voor het voorkomen van verontreiniging van het vlees en het schoonmaken van geslachte dieren.”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 2.4, eerste lid, onder d, van de Regeling dierlijke producten, en met artikel 3, eerste lid, en Bijlage III, sectie II, Hoofdstuk IV, punt 5 en 8, van Verordening 853/2004. Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 17.500,-. Dit is een verhoging van het standaardboetebedrag omdat sprake is van recidive.