Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 20 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het boetebesluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2026 op zitting behandeld tegelijk met een ander beroep van eiseres (ROT 25/5480). Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, bijgestaan door kantoorgenoot mr. B. van Os, en de gemachtigde van verweerder.
Totstandkoming van het bestreden besluit
3.1.
Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 6 september 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende.
“Datum en tijdstip van de bevinding: 18 september 2023 omstreeks 8.07 uur.
In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: [naam] , functie: expeditie chef.
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de oude varkensstempelruimte. Hier hingen runderkarkassen aan de baan, in beweging richting de koelruimte van de voormalige varkensslachthal.
Ik zag dat daar condensdruppels hingen aan het plafond en aan de baan boven de runderkarkassen. Ik liep door de ruimte en controleerde het plafond boven de deur, die de ruimte verbindt met de eerste koelcel van de voormalige varkensslachthal. Ik zag daar condensdruppels hangen aan het plafond en aan de baan, boven met een EG-merk bestempelde en voor menselijke consumptie geschikte runderkarkassen.
Ik ging meteen op zoek naar de chef van de expeditie, [naam] en kreeg te horen dat hij pauze had. Toen hij om 8.20 uur terugkwam van de pauze, informeerde ik hem over mijn bevindingen. Ik gaf hem de opdracht om te voorkomen dat er condensdruppels op de runderkarkassen zouden vallen.
Condens vanaf een oppervlak kan karkassen/ vlees verontreinigen. Condens kan potentieel Listeria spp. of andere ziekteverwekkers bevatten.
Ik zag dat de vorming van condens op oppervlakken niet werd voorkomen.
Hieruit bleek mij dat werd gehandeld in strijd met het bepaalde in bijlage II, hoofdstuk I, punt 2b van Verordening (EG) 852/2004 juncto artikel 4 lid 2 van deze verordening, hetgeen een overtreding is van het bepaalde in artikel 2.4 lid 1 onder C van de Regeling dierlijke producten juncto artikel 6.2 lid 1 van de Wet dieren.
Deze bevindingen worden [eiseres] aangerekend.
[…]
Per 18 december 2023 is de naam [naam rechtsvoorganger] gewijzigd naar [eiseres]
Ik bracht [expeditie chef] en [directeur] van het [naam rechtsvoorganger]
, van mijn bevindingen op de hoogte en zegde ter zake een rapport van bevindingen aan. Het rapport van bevindingen is tevens per e-mail aangezegd op 18 september 2023, zie bijlage 1 aanzegging per email 18-09-2023.”
3.2.
Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “De vorming van condens op oppervlakken werd niet voorkomen.”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 2.4, eerste lid, onder c, van de Regeling dierlijke producten, en met artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk I, punt 2b, van Verordening 852/2004.
Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 10.000,-.