ECLI:NL:RBZWB:2026:6147
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/6478 WIB
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Beroep ongegrond. Bestreden besluit is voldoende zorgvuldig en voldoende gemotiveerd. Eiser is terecht inburgeringsplichtig geacht.
Uitspraak
Procesverloop
2. Namens de staatssecretaris Participatie en Integratie heeft de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met een besluit van 16 juli 2025 (primair besluit) aan eiser medegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is op grond van de Wet inburgering 2021 en dat hij drie jaar de tijd heeft om in te burgeren. Eiser was het niet eens met dit besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt.
2.1.
DUO heeft eisers bezwaar pas op 1 september 2025 ontvangen, na afloop van de wettelijke bezwaartermijn. Daarom heeft DUO eiser met een brief van 5 september 2025 om een reactie gevraagd. Eiser heeft vervolgens betwist dat zijn bezwaar niet tijdig was, omdat het bezwaar tijdig (ook) per e-mail was ingediend. Met een e-mail van 15 oktober 2025, gericht aan “[e-mailadres]”, heeft DUO eisers bezwaar alsnog tijdig geacht en heeft eiser een termijn van drie weken gekregen om nadere bezwaargronden te overleggen.
2.2.
Namens de staatssecretaris heeft DUO vervolgens met een besluit van 6 november 2025 (bestreden besluit) eisers bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Eiser is het ook met dit besluit niet eens en heeft daartegen beroep ingesteld bij deze rechtbank. De staatssecretaris heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Partijen hebben over en weer nog gereageerd op elkaars stukken.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 mei 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers gemachtigde en de gemachtigde van de staatssecretaris via een videoverbinding.
Feiten
3. Eiser heeft de Turkse nationaliteit. Hij heeft een verblijfsvergunning ‘voorganger of godsdienstleraar’ gehad, geldig van 5 januari 2012 tot 1 november 2014. Daarna heeft hij nog een verblijfsvergunning gehad tot 18 november 2016. Vanaf 16 november 2016 stond hij ingeschreven in de Registratie Niet-ingezetenen. Bij beschikking van 14 mei 2024 (datum machtiging voorlopig verblijf) is eiser in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning ‘667 Geestelijk Bedienaar niet-contemplatief’, geldig van 15 mei 2024 tot 1 mei 2027. Per 15 mei 2024 verblijft eiser dus rechtmatig in Nederland op grond van artikel 3.57 van het Vreemdelingenbesluit 2020.
Bestreden besluit
4. De staatssecretaris heeft aan het bestreden besluit het volgende ten grondslag gelegd. Het doel van het associatieverdrag tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (het verdrag) was de geleidelijke toetreding van Turkije tot de Europese Unie (EU). Het verdrag kent zogenoemde ‘standstill-bepalingen’. Dat wil zeggen dat vanaf de inwerkingtreding van die bepalingen Nederland geen nieuwe beperkingen mag invoeren ten aanzien van rechten die in het verdrag zijn geregeld. Voor Turkse werknemers gold geen inburgeringsplicht. Standstill-bepalingen zijn echter niet absoluut. Een lidstaat mag nog steeds een nieuwe beperking invoeren als deze gerechtvaardigd is door een ‘dwingende reden van algemeen belang’. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (Europese Hof) heeft ‘het bevorderen van integratie’ erkend als een dergelijke dwingende reden. Deze uitspraak is voor de Nederlandse regering aanleiding geweest om vanaf 1 januari 2022 de inburgeringsplicht opnieuw in te voeren (datum inwerkingtreding nieuwe Wet inburgering 2021). De nieuwe inburgeringsplicht is in overeenstemming met jurisprudentie van het Europese Hof over de standstill-bepalingen en non-discriminatiebepalingen. Eiser heeft rechtmatig verblijf gekregen na 1 januari 2022 (namelijk 15 mei 2024). Dit maakt eiser inburgeringsplichtig. Dit is bevestigd door de Afdeling.
Standpunten van partijen
5. Eiser heeft in beroep – samengevat – aangevoerd dat hij geen daadwerkelijke gelegenheid heeft gekregen om de rechtsgronden aan te vullen. De termijn voor aanvulling van de bezwaargronden heeft hem niet bereikt, nu het bericht niet naar het juiste e-mailadres van de gemachtigde van eiser is gestuurd. Hierdoor heeft eiser de bezwaargronden niet kunnen aanvullen en is het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard. Inhoudelijk voert eiser aan dat de inburgeringsplicht niet mag worden opgelegd. Hij heeft de Turkse nationaliteit en valt onder het toepassingsbereik van artikel 13 van Besluit nr. 1/80 van het Associatiebesluit (standstill-bepaling). Onder het verdrag heeft eiser recht op het meest gunstige beleid dat reeds van toepassing was op de Turkse werknemers vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering 2021 in 2022. Verder stelt eiser dat het bestreden besluit geen concrete beoordeling bevat van onder meer zijn verblijfspositie en functie. Eiser is niet toegelaten als gewone nieuwkomer met open en duurzaam verblijfsperspectief, maar als geestelijk voorganger, met een specifieke en in tijd afgebakende arbeidsopdracht. De inburgeringsplicht vormt voor eiser een nieuwe beperking ten opzichte van de situatie die gold ten tijde van de standstill. Zonder nadere motivering kon de staatssecretaris niet aannemen dat een volledige inburgeringsplicht in deze tijdelijke situatie geschikt, noodzakelijk en evenredig is. Eisers toelating is gekoppeld aan functie als imam en het positieve arbeidsmarktadvies voor de periode van 1 mei 2024 tot 1 mei 2027. De inburgeringstermijn loopt van 7 november 2025 tot 6 november 2028. Het traject sluit dus niet goed aan op de feitelijke verblijfs- en arbeidscontext. Ook zijn eisers werkzaamheden niet goed te combineren met een volledig inburgeringstraject. De staatssecretaris heeft de uitvoerbaarheid niet beoordeeld en ook niet of de verplichting in de praktijk nog bijdraagt aan integratie binnen beperkte periode. Daarbij is van belang dat eiser bij de afgifte van de mvv al moest aantonen dat hij is geslaagd voor het basisexamen inburgering buitenland. Eiser stelt tot slot dat de vrijheid van godsdienst had moeten worden meegewogen op grond van artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
6. De staatssecretaris is in het verweerschrift gebleven bij het bestreden besluit. De staatssecretaris stelt dat een geestelijk bedienaar inburgeringsplichtig is op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering 2021. Een geestelijk bedienaar wordt vanwege de bijzondere maatschappelijke positie inburgeringsplichtig. Dit is een weloverwogen keuze. Hoewel er een tijdelijke vergunning is afgegeven, hoeft dit niet te betekenen dat deze in de toekomst wellicht niet wordt verlengd. Naar aanleiding van rechtspraak van het Europese Hof stelt de staatssecretaris dat de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers de toets uit de rechtspraak kan doorstaan. Het bevorderen van integratie is een dwingende maatregel van algemeen belang. Over de geschiktheid van het opleggen van de inburgeringsplicht overweegt de staatssecretaris dat het legitieme doel is de succesvolle integratie van Turkse nieuwkomers in de Nederlandse samenleving. Het afleggen van inburgeringsexamens, waarbij kennis van de Nederlandse taal en samenleving wordt verwacht, is een geschikte maatregel om dit doel te bereiken. Eiser heeft door zijn arbeid als imam veel invloed op gelovigen, ook als hij maar een paar jaar blijft, dus is het belangrijk dat hij weet hoe de Nederlandse samenleving werkt, dat hij de Nederlandse taal gebruikt en bekend is met de Nederlandse normen en waarden. Over de noodzakelijkheid van het opleggen van de inburgeringsplicht overweegt de staatssecretaris dat dit voor eiser als imam temeer noodzakelijk is, omdat hij een richtinggevende rol heeft bij de wijze waarop de leden van zijn geloofsgemeenschap aan de maatschappij deelnemen. De inburgeringsplicht biedt de mogelijkheid voor een ontheffing of vrijstelling in bepaalde situaties. Ook dient de gemeente rekening te houden met de persoonlijke situatie bij de vaststelling van het Persoonlijk Plan Inburgering (PIP). Eiser is als imam gewend om te studeren en de exameneisen voor het inburgeringsexamen zijn niet zo hoog. Over de evenredigheid van het opleggen van de inburgeringsplicht overweegt de staatssecretaris dat in het PIP rekening wordt gehouden met de bijzondere individuele omstandigheden. Verder biedt de Wet inburgering 2021 mogelijkheden tot maatwerk, onder meer door ontheffing, een lager passend niveau van inburgeren, financiële regelingen en het zelf bepalen of en op welke wijze inburgeringsonderwijs wordt gevolgd. Ook heeft eiser al een inburgeringexamen in het buitenland moeten afleggen op niveau A1, waardoor hij al enige kennis heeft van de Nederlandse taal, heeft hij in het verleden enige tijd in Nederland verbleven en is het een keuze van eiser om te komen werken bij een religieuze organisatie in Nederland. Gelet hierop is de inburgeringslast niet onevenredig zwaar. De staatssecretaris verwijst naar rechtspraak van de rechtbank Den Haag, waarin is geoordeeld dat de herinvoering van de inburgeringsplicht buitenland voor Turkse staatsburgers, in het bijzonder geestelijk bedienaren, niet in strijd is met de standstill-bepaling in artikel 13 van het Associatiebesluit 1/80. Over de vrijheid van godsdienst overweegt de staatssecretaris dat de inburgeringsplicht het kernrecht vrijheid van godsdienst (artikel 9 van het EVRM) ongemoeid laat, omdat het een cursus is in het kader van de introductie in de Nederlandse samenleving en in het aanleren van de Nederlandse taal en niet een cursus met een godsdienstige en geestelijke inhoud. Als de inburgeringsplicht een inbreuk op het recht op godsdienstvrijheid zou maken, is voor deze inbreuk een rechtvaardiging, nu deze plicht uit een wet in formele zin (artikel 3 van de Wet inburgering 2021) volgt en daarmee voldoet aan de eis van artikel 9, tweede lid, van het EVRM, namelijk het bestaan van een wettelijke grondslag. Over de verblijfsduur, doelmatigheid en uitvoerbaarheid overweegt de staatssecretaris dat een band van eiser met Nederland aan de orde is, omdat eiser een verblijfsvergunning voor drie jaar heeft en hij eerder in Nederland verbleef. Het is niet ondenkbeeldig dat het verblijf in Nederland zal worden verlengd. Niet gebleken is dat de inburgeringsplicht moeilijk uitvoerbaar is in combinatie met eisers fulltime religieuze werkzaamheden. Ook andere inburgeraars moeten (fulltime) werk combineren met inburgeringsonderwijs en het maken van examens. Eiser zal gewend zijn om te studeren en teksten uit het hoofd te leren. Ook kan eiser zelf bepalen wanneer hij het onderwijs (online) volgt en zelfstudie verricht. Veel moskeeorganisaties helpen actief mee met taalonderwijs en integratie.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.