ECLI:NL:RBZWB:2026:6149
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 26/792 OPIUMW
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Beroep niet-ontvankelijk, want het procesbelang ontbreekt. Afwijzing verzoek om schadevergoeding.
Uitspraak
Procesverloop
2. Eisers zijn eigenaar van de woning aan het [adres] , maar wonen zelf elders.
2.1
Op het adres van deze woning stond [jongste zoon van eisers] , de jongste zoon van eisers, ingeschreven vanaf 28 november 2019 tot 16 april 2025. Het dossier bevat verder een brief van 10 december 2024 waarmee eisers de huurovereenkomst met hun jongste zoon opzeggen tegen 30 juni 2025. Vanaf 16 april 2025 heeft de oudste zoon van eisers, [oudste zoon van eisers] , op het adres ingeschreven gestaan.
2.2
Uit een bestuurlijke rapportage van 24 juni 2025 blijkt dat de politie op 29 maart 2025, na een melding over de productie en aanwezigheid van drugs, een onderzoek heeft ingesteld in de woning. In de woning werden de volgende middelen in beslag genomen:
- 19.198,96 gram aan XTC-pillen (indicatief 48.425 pillen);
- 150,55 gram cocaine;
- 775,85 gram ketamine;
- 4.029,52 gram amfetamine;
- 997,30 gram MDMA;
- 34,96 gram methamfetamine;
- 50 stuks LSD.
De politie heeft verder een groot aantal dozen, een machine om conservenblikken dicht te persen, verzendlabels, printers en een laptop aangetroffen. Ook heeft de politie een op het dak van de woning aangetroffen man aangehouden, die niet stond ingeschreven op het adres maar na fouillering wel de sleutels van de woning bleek te hebben.
2.3.
Met een brief van 14 juli 2025 heeft de burgemeester aan eisers medegedeeld dat hij voornemens is de woning en het erf aan het [adres] voor vier maanden te sluiten. Eisers hebben een zienswijze tegen het voornemen ingediend.
2.4.
Met een besluit van 24 september 2025 (primair besluit) heeft de burgemeester de woning aan het [adres] voor de duur van twee maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
2.5.
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Het (aanvullend) bezwaarschrift telt 80 pagina’s, waarvan 75 pagina’s hoofdzakelijk bestaan uit verwijzingen naar Europese rechtspraak. Ook hebben zij de voorzieningenrechter van deze rechtbank gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 18 november 2025 het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
2.6.
Uit het dossier volgt dat de woning aan het [adres] van 24 november 2025 tot 24 januari 2026 gesloten is geweest.
2.7.
De burgemeester heeft met een besluit van 29 december 2025 (bestreden besluit) het bezwaar van eisers ongegrond verklaard, waarmee de burgemeester dus bij zijn besluit tot sluiting is gebleven. Eisers zijn het ook met het bestreden besluit niet eens en hebben hiertegen beroep ingesteld bij deze rechtbank. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Partijen hebben over en weer nog op elkaars stukken gereageerd.
2.8.
De rechtbank heeft het beroep van eisers op 27 mei 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van de burgemeester.
Bestreden besluit
3. Met het bestreden besluit heeft de burgemeester het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. De burgemeester stelt bevoegd te zijn om tot sluiting van de woning met bijbehorend erf over te gaan. Gelet op de verscheidenheid van de aangetroffen drugs, de hoeveelheid aangetroffen drugs en de aangetroffen attributen kan de aangetroffen drugs niet anders zijn bestemd dan voor de verkoop, aflevering of verstrekking (vermoedelijk per post). De eigenaar van het pand hoeft niet zelf de overtreder te zijn. Het besluit op grond van artikel 13b van de Opiumwet is gericht op het pand en niet op de persoon. De burgemeester stelt dat de sluiting van de woning niet in strijd is met het eigendomsrecht en/of het Unierecht. De tijdelijke inperking van eigendomsrechten is door de formele wetgever mogelijk gemaakt in de Opiumwet. Verder stelt de burgemeester dat de sluiting van de woning een geschikt en noodzakelijk middel is. Er had niet met een minder ingrijpende maatregel kunnen worden volstaan, want er is geen sprake van een geringe overschrijding van de toegestane hoeveelheid drugs. Zowel de persoon die volgens de bestuurlijke rapportage op het dak van de woning werd aangetroffen met de sleutel in bezit als de zoon van eisers die op moment waarop drugs zijn aangetroffen op het adres in de basisregistratie personen stond ingeschreven zijn gekend met de Opiumwet. De afgelopen vijf jaar zijn er 52 uiteenlopende incidenten vastgelegd met betrekking tot de woning, waaronder een aangetroffen hennepkwekerij, heling, gestolen goederen, hondenbijtincidenten en overlast. Het kan haast niet anders dan dat de woning een rol speelt in de keten van drugshandel. De woning is gelegen in een voor drugscriminaliteit kwetsbare omgeving. Een zichtbare sluiting heeft een sterke signaalfunctie, die naast een preventieve werking ook de aantrekkingskracht op andere criminele activiteiten tegengaat. Tijdsverloop maakt niet dat sluiting niet (meer) geschikt en noodzakelijk is. Tussen moment van constateren (29 maart 2025) en het moment van sluiting (24 november 2025) zitten acht maanden. Dit is geen onredelijk tijdsverloop. Er is al langere tijd sprake van recidive, feitelijke handel in of vanuit de woning en bekendheid daarvan in kringen van handelaren en gebruikers van verdovende middelen. Ook de aangetroffen attributen wijzen op drugshandel. De burgemeester acht de sluiting van de woning niet onevenredig. Er is geen sprake van het ontbreken van verwijtbaarheid is. Gelet op de voorgeschiedenis (hennepkwekerij in de woning in 2021) lag het op de weg van eisers om meer controles uit te voeren dan wel toezicht te houden op het gebruik van de woning. Een sluiting van twee maanden is niet onevenwichtig in verhouding tot de mate van verwijtbaarheid. Bovendien paste op grond van beleid een sluiting van vier maanden bij deze tweede constatering, maar heeft de burgemeester, gelet op het tijdverloop en het feit dat eisers hun constatering bij de politie hebben gemeld, de sluiting verkort naar twee maanden. De oudste zoon van eisers heeft geen zienswijze ingediend en van bijzondere binding met de woning is niet gebleken. Bovendien staat niet vast dat de oudste zoon daadwerkelijk in de woning woonde en was hij geen partij in de bezwaarprocedure. De gevolgen voor eisers zijn enkel van financiële aard. Zij hebben niet onderbouwd dat zij maandelijks € 800,- aan huurinkomsten mislopen door de sluiting. Ook is niet gebleken dat eisers door de sluiting in financiële nood komen of dat de woning door de sluiting niet zou kunnen worden verkocht. De gevolgen van de sluiting zijn dus niet onevenredig. De last onder bestuursdwang – de woningsluiting – is een herstelsanctie en dus niet opgelegd om te straffen. Nu er terecht een last onder bestuursdwang is opgelegd, is de burgemeester geen schadevergoeding aan eisers verschuldigd.
Standpunten van partijen
4. Eisers hebben in beroep in de kern aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met het Europees recht en dat hun eigendomsrecht is geschonden. Eisers hebben, bij monde van hun gemachtigde ter zitting, gesteld dat deze beroepsprocedure wordt gevoerd om later bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te kunnen gaan procederen en dat zij geen nationale (voorzieningen)rechter zijn tegengekomen die het Europees recht respecteert. Volgens eisers blijft procesbelang te allen tijde bestaan bij het negeren van EU-rechtspraak en onrechtmatige rechtspraak. Hierbij verwijzen eisers naar een groot aantal Europeesrechtelijke uitspraken, waaruit volgens eisers volgt dat de nationale wetgeving discriminatoir is. Zij moesten op basis van onrechtmatige wetgeving het vrije eigendomsrecht op dwangmatige wijze afstaan en discriminerende nationale wetgeving mag niet tegen een burger worden ingezet. Eisers achten de gehele afsluiting van het pand onrechtmatig. De burgemeester heeft bovendien niet alle 52 incidenten die in/bij de woning zouden hebben plaatsgevonden vermeld in het besluit, wat wel had gemoeten. Ook was er geen bewijs voor het verhandelen van de gevonden goederen (drugs). Dat het sluiten van een woning met bijbehorend erf als een geschikt middel mag worden gezien, doet niet ter zake. De woning was al eerder met een bord/sticker gesloten en gereinigd van alle misstanden. Ook ontbreekt functioneel daderschap, waardoor mag worden gesproken van een bestraffende maatregel. De sluiting van de woning had direct bij het aantreffen van de drugs in maart 2025 moeten plaatsvinden en niet pas in november 2025. Gezien het tijdsverloop tussen het reinigen en het sluiten van de woning, legde het bestreden besluit een onevenredige last op eisers. Eisers hebben ook verwezen naar het recht om gehoord te worden, waarbij een pleitnota niet mag worden geweigerd op grond van EU-rechtspraak. Eisers verzoeken de rechtbank om de burgemeester te veroordelen tot compensatie van gemiste huurpenningen gedurende twee maanden óf tot een schadevergoeding van € 5.150,- per dag waarvan eisers het recht uit verschillende wet- en regelgeving afleiden zolang de nationale wet parallel loopt met de EU-rechtsregels.
5. De burgemeester heeft in beroep primair bestreden dat eisers procesbelang hebben. Verder is hij gebleven bij het bestreden besluit en heeft aan de hand van de motivering in het bestreden besluit en in een reactie op de beroepsgronden aangevoerd dat hij bevoegd was om de woning met bijbehorend erf te sluiten. Het bestreden besluit is niet genomen op basis van discriminerende wetgeving. Anders dan eisers hebben aangevoerd, speelt in dit soort zaken de vraag of iemand als functioneel dader kan worden gezien geen rol. De sluiting van de woning met bijbehorend erf is niet in strijd met het eigendomsrecht en/of het Unierecht. Bovendien was de sluiting een geschikt en noodzakelijk middel en maakt tijdsverloop niet dat dit anders is. Tot slot is de sluiting van de woning niet onevenredig.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.