ECLI:NL:RBZWB:2026:6197
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 12053568 \ CV EXPL 26-164 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Verbintenissenrecht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Eiseres vordert van gedaagde betaling van een hoofdsom van € 3.126,50, vermeerderd met rente en kosten. Partijen zijn ex-partners van elkaar en eiseres stelt op basis van het tussen partijen gesloten convenant nog recht te hebben op een bedrag van € 3.126,50. Gedaagde betwist dit. De uitleg die door eiseres aan het convenant wordt gegeven, is volgens gedaagdeonjuist. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat uit het convenant niet ondubbelzinnig kan worden opgemaakt dat gedaagde een bedrag van € 3.125,50 aan eiseres verschuldigd is.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.