ECLI:NL:RBZWB:2026:6198
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 11898391 \ CV EXPL 25-3165 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Tussen de gemeente en InBev bestaat een huurovereenkomst. De gemeente heeft de huurovereenkomst opgezegd. Zij wil de huurovereenkomst beëindigen op basis van artikel 7:296 lid 3 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), omdat een langdurige overeenkomst volgens haar niet meer past bij de huidige tijd en inzichten, mede gezien het Didam-arrest. De gemeente wil in de toekomst rechtstreeks verhuren aan de exploitant. InBev stelt dat het Didam-arrest de gemeente niet verplicht de huurovereenkomst actief te beëindigen, dat het belang van de bierbrouwerij zwaarder weegt dan dat van de gemeente, en dat de gemeente geen dringende redenen heeft aangetoond voor beëindiging. De kantonrechter oordeelt dat de belangenafweging uitvalt in het voordeel van InBev.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.