ECLI:NL:RBZWB:2026:6379
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 9 juli 2026
- Zaaknummer
- 12097483/AZ VERZ 26-15 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht; Arbeidsrecht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Overheidswerkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer. Werkgever voert aan dat er sprake is van verwijtbaar handelen van werknemer of van een verstoorde arbeidsverhouding, die maken dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen. Werknemer heeft volgens werkgever niet gepast geweld gebruikt tegen een jeugdige gedetineerde, escalerend gehandeld en niet de waarheid gesproken over zijn handelen. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af. Het tegenverzoek tot wedertewerkstelling wordt op straffe van een dwangsom toegewezen.
Uitspraak
3 De feiten
3.1.
DJI voert namens de minister van Justitie en Veiligheid straffen en vrijheidsbenemende maatregelen uit die door de rechter zijn opgelegd. De Rijks Justitiële Jeugdinrichting (‘RJJI’) draagt zorg voor een veilige orthopedagogische tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende maatregelen. In de RJJI verblijven jongeren die om strafrechtelijke redenen zijn opgenomen in het kader van preventieve hechtenis, nachtdetentie, jeugddetentie of een PIJ- maatregel. De leeftijd van de jongeren ligt tussen de 12 en 23 jaar. De RJJI heeft drie locaties, waaronder [locatie 1] in [plaats 1] .
3.2.
[werknemer] , geboren op [datum] 1968, is sinds 1 september 2007 in dienst bij DJI . De functie van [werknemer] is Inrichtingsbeveiliger met een loon van € 3.333,81 bruto per maand exclusief emolumenten op basis van een 36-urige werkweek. [werknemer] is werkzaam bij [locatie 1] .
3.3.
Op de arbeidsovereenkomst van [werknemer] is de cao Rijk van toepassing. Daarnaast zijn de Ambtenarenwet, de Gedragscode Integriteit Rijk, het Personeelsreglement Justitie en Veiligheid, het Personeelsreglement DJI en de Gedragscode DJI van toepassing.
3.4.
In het Personeelsreglement Justitie en Veiligheid is op pagina 98 beschreven wat plichtsverzuim inhoudt:
“In het algemeen is zowel het overtreden van enig voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen aan te merken als (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten. Het kan bestaan uit een handeling of nalaten, waarbij in strijd is gehandeld met wet- en regelgeving, beleidsinstructies, gedragscodes of met de verplichtingen en verantwoordelijkheden van het goed ambtenaarschap, dan wel een gedraging die een strafbaar feit oplevert.”
3.5.
De Gedragscode DJI beschrijft vier kernwaarden die gelden binnen DJI : respect, betrouwbaarheid, openheid en professionaliteit. Onder de kernwaarde respect wordt beschreven:
“
Geweldsincidenten met justitiabelen
Als vakman of -vrouw heeft u geleerd conflicten te voorkomen en ze professioneel op te lossen. Dat betekent onder meer: de situatie onder controle krijgen en houden, tot op zekere hoogte begrip tonen en vooral met argumenten proberen te overtuigen. Pas als er echt geen andere – lees verbale - mogelijkheden zijn, kunt u volgens de geldende instructies gebruik maken van geweld(smiddelen). Stem gedrag af op de omvang van het conflict. Zo voorkomt u dat een functionele ingreep ontaardt in een strafbaar geweldsdelict. Overigens: bedreiging en intimidatie, zoals seksuele toespelingen maken, of stelselmatig negeren, zijn ook vormen van geweld. DJI staat niet toe dat medewerkers geweld gebruiken. Niet onderling, niet tegenover justitiabelen en ook niet in uw privé-tijd. Uitzondering op deze regel is het geweld volgens de geweldsinstructie van de inrichting of de dienst om uzelf te verdedigen of om een situatie onder controle te krijgen.”
3.6.
De binnen DJI geldende Dienstinstructie geweld definieert geweld als ‘elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen, goederen of zaken.’ De Dienstinstructie geweld vermeldt over het toepassen van geweld:
“Het toepassen van geweld is alleen toegestaan indien de veiligheid van de medewerkers, andere jeugdigen, bezoekers en/of de jeugdige zelf in het geding is. Bij de toepassing van geweld gelden de volgende uitgangspunten:
Aan het gebruik van geweld gaat, indien de situatie dat toelaat, een waarschuwing vooraf;
Geweld is een uiterst middel: alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. In situaties waar kan worden gewacht, wordt door de betrokken medewerker overlegd met een gedragswetenschapper en vervolgens toestemming gevraagd aan de directeur of diens plaatsvervanger alvorens over te gaan tot de inzet van geweld. Bij IBT-inzet wordt altijd toestemming van de directeur of diens plaatsvervanger vooraf gevraagd;
De geweldstoepassing is proportioneel: het gebruik van geweld staat in verhouding tot de ernst van het af te wenden gevaar.”
3.7.
Als Inrichtingsbeveiliger voert [werknemer] twee soorten diensten uit, de zogenaamde ambulante dienst en de dienst van monitorportier. [werknemer] is bijna altijd werkzaam in de ambulante dienst. Daarbij is hij verantwoordelijk voor alle lopende zaken, zoals het begeleiden van bezoekers, het bijwonen van bezoek, het controleren van gedetineerden na bezoek, maar ook het reageren op alarmmeldingen van collega’s en het begeleiden van jongeren naar hun cel.
3.8.
Tijdens de ambulante dienst van 7 april 2025 kreeg [werknemer] een telefoontje in de portiersloge jongeren uit het klaslokaal gehaald moest worden vanwege de slechte sfeer in de klas die zij veroorzaakten. [werknemer] is samen met drie andere collega’s naar het klaslokaal gegaan. Bij aankomst in het klaslokaal gingen de jeugdige gedetineerden flink tekeer. Eén van hen was [de jongere] . Hij vertoonde haantjesgedrag en was brutaal richting de docent, [werknemer] en zijn collega’s. [werknemer] en zijn collega’s werden uitgelachen door de jongeren. [werknemer] heeft de jongere aangesproken en aangegeven dat toen hij binnenkwam bij Binnenkomst Afdeling Delinquenten niet zo grote mond had en hij nu doet alsof hij de baas is hier. De andere jongeren moesten hierom lachen. Omdat de jongeren weigerden om de orders van het personeel op te volgen, namelijk het meegaan naar de groep, heeft [werknemer] in overleg met zijn collega ( [collega 1] ) [collega 1] besloten om alarm te drukken. Pas nadat het alarm was geslagen en er meerdere collega’s bij het klaslokaal waren aangekomen, zijn de jongeren meegelopen met [werknemer] en zijn collega’s en door hen ingesloten in hun kamer.
3.9.
Tijdens de ambulante dienst van [werknemer] van 9 april 2025 is hij opnieuw samen met drie collega’s opgeroepen om drie jongeren vanuit het klaslokaal terug te brengen naar hun cel omdat de sfeer in de klas niet goed was. De drie collega’s waren de heren [collega 1] , [collega 2] en [collega 3] . Eén van de jongeren was wederom jongere [de jongere] .
3.10.
Voor de deur van de slaapkamer en in de slaapkamer van de jongere heeft zich een incident voorgedaan waarbij de jongere letsel heeft opgelopen. Het begin van het incident is te zien op camerabeelden afkomstig van de camera in de gang waar de slaapkamers aan gelegen zijn. In de slaapkamer van de jongere bevindt zich geen camera. De camerabeelden bevatten geen geluid. De camerabeelden zijn op een usb-stick als productie 17 bij het verzoekschrift in het geding gebracht. De camerabeelden zijn tijdens de mondelinge behandeling meerdere malen bekeken. Het rapport van het Bureau Integriteit (waarover hierna meer) bevat ook een beschrijving van wat er op de beelden te zien is.
3.11.
Op de camerabeelden is te zien dat eerst [collega 2] de gang in komt lopen. Hij loopt alleen richting het einde van de gang. Vervolgens komt een andere jongere in beeld, die voor kamerdeur 2 gaat staan. Deze jongere verdwijnt weer uit beeld. Vervolgens loopt de jongere de gang in, gevolgd door [collega 1] . Na [collega 1] lopen twee andere jongeren de gang in, gevolgd door [collega 3] . De jongere die wordt begeleid door [collega 1] gaat nadat [collega 1] de deur van zijn slaapkamer heeft geopend niet naar binnen. De vuisten van de jongere zijn gebald naast zijn lichaam. [werknemer] komt aangelopen en gaat ook bij de jongere staan, naast [collega 1] . Ondertussen sluit [collega 3] een andere jongere in zijn slaapkamer in. De jongere staat voor de drempel van zijn slaapkamer, met zijn rug naar zijn slaapkamer en zijn gezicht naar de gang gericht en met [collega 1] en [werknemer] tegenover zich. [collega 3] komt schuin achter [collega 1] staan, met zijn handen in zijn zij, kijkend naar [collega 1] , [werknemer] en de jongere. De jongere beweegt zijn gebalde linkervuist richting zijn borst. [collega 1] beweegt zijn rechterarm van langs zijn lichaam in een opwaartse strekkende beweging richting de jongere. De jongere verdwijnt in zijn slaapkamer, direct gevolgd door [collega 1] , [werknemer] en [collega 3] . Ook [collega 2] komt aangerend en gaat de slaapkamer van de jongere binnen. Vervolgens valt de slaapkamerdeur dicht. Drie seconden later komt collega mevrouw [collega 4] vanuit de deuropening van de gang aanrennen, waarna zij met een sleutel de slaapkamerdeur van de jongere opent.
3.12.
De jongere is vervolgens geboeid vanuit zijn slaapkamer getransporteerd naar de isolatiecel.
3.13.
[werknemer] heeft op de dag van het incident een rapportage opgesteld en ingeleverd. Zijn collega’s hebben hetzelfde gedaan. [werknemer] heeft in zijn rapportage vermeld:
“Op woensdag 9 april 2025, was ik belast met de ambulantedienst. Omstreeks 09.10 kregen wij het verzoek om vier jeugdigen uit leslokaal C06 te halen. Eenmaal ter plaatse waren er inderdaad 4 jeugdigen die terug geplaatst moesten worden naar de groep. Jongeman (…) was hierbij erg verbaal aanwezig, en was naar mijn idee erg op zoek naar een naar een confrontatie, door continu een grote mond te geven en de boel op proberen te houden. Met name naar mijn persoon waar hij zijn pijlen blijkbaar op had gericht. Dit kan komen doordat ik deze zelfde jongeman een paar dagen daarvoor ook uit leslokaal heb moeten verwijderen, (…) Op die dag kreeg ik tijdens die aktie een discussie met bovengenoemde jongen. Op dat moment weigerde al de acht jongeren om mee te werken, waarop er voor is gekozen om alarm te drukken. Op het moment dat deze jongeman mij zag (Woensdag 09-04-25) om hem wederom uit het leslokaal te halen, toonde hij eigenlijk gelijk verbaal agressief gedrag richting mijn persoon. Dit ging eigenlijk door vanaf het moment van het verplaatsen van het leslokaal naar de groep kontinu door. Eenmaal aangekomen op de slaapgang stond hij voor zijn celdeur, ik stond op dat moment ook op de slaapgang, hij bleef mij verbaal bedreigen, en riep doe je pieper weg dan dan doe je niet zo stoer. Doe je pieper weg dan riep hij nogmaals waarop hij ook op dat moment dreigde mijn richting op te lopen. Op dat moment greep mijn collega [collega 1] in, en werkte wij hem samen naar de grond. Tijdens de worstelling die daarop volgde, ging bovengenoemde jongeren heel erg in verzet. Toen de jongeman eenmaal gefixeert lag zagen wij dat er bloed uit zijn neus kwam. Er is op dat moment gelijk medische hulp aan geboden die hij in eerste instantie weigerde.”
3.14.
Ook de jongere heeft een verklaring over het incident afgelegd. In zijn ongedateerde, handgeschreven verklaring staat te lezen:
“(…) Eenmaal aangekomen op de groep loop ik meteen naar mijn kamer
Voor mijn deur zeg ik tegen de begeleider dat hij me niet meer moet beschouwen
vervolgens loopt hij naar mijn deur en zegt dat ik iets moet doen als ik dat wil (geweld gebruiken)
ik zei tegen hem dat ik niks hoefde te doen
toen zei ik dat hij niks was zonder pieper en vroeg hem of hij weer alarm voor mij ging drukken
ze stonden met zijn 4’en in mijn deuropening toen [kantonrechter: onleesbaar] pakte mijn haar vast
een ander gaf mij een elleboog op mijn linkerslaap
ze pakte mijn armen vast en gaven mij een knie op mijn neus/lip
allemaal zonder enkele weerstand!
Ze haalde mij naar de grond en ik kreeg een elleboog op mijn rechterslaap (…)”
3.15.
De jongere is op 9 april 2026 naar de spoedeisende hulp van het [ziekenhuis] gebracht. Uit röntgenonderzoek bleek een factuur aan de sinus maxillaris (kaakbijholte) links. Ook maakt de verslaglegging van het ziekenhuis melding van een klein scheurwondje in de onderlip en een minimale zwelling met mild hematoom aan de linkerzijde van het gezicht. De jongere is op 12 april 2025 overgebracht naar een andere locatie van RJJI, [locatie 2] in [plaats 3] . De penitentiaire arts van [locatie 2] beschrijft ‘letsel hoofd/kaak fractuur met hersenschudding’.
3.16.
De jongere heeft op 10 april 2025 aangifte gedaan bij de politie van zware mishandeling c.q. eenvoudige mishandeling. In het proces-verbaal van aangifte is onder meer opgenomen:
“Het contact tussen mij en alle medewerkers van [locatie 1] is normaal gesproken goed. Ik heb alleen een probleem met beveiliger 1 [kantonrechter: [werknemer] ] (…).
Beveiliger nummer 2 [ kantonrechter: [collega 1] ] deed de deur van mijn kamer open. Ik stond in de deuropening. Ik riep tegen beveiliger 1, die in de woonkamer van de groep stond, dat hij mij niet meer moest beschouwen. Daarmee bedoel ik dat hij mij niet meer als een sukkel moet zien. Ik zag dat beveiliger 1 van de woonkamer naar mijn kamer liep. Deze afstand van de woonkamer naar mijn kamer toe is ongeveer 13 meter. Ik liep al mijn kamer in. Ik draaide mij om en ik zag dat er vier beveiligers in de deuropening van mijn kamer stonden. Ik hoorde dat beveiliger 1 zei ‘als je iets wilt doen, moet je het nu doen’. Ik had het gevoel dat hij geïrriteerd was toen hij dit zei. Ik keek beveiliger 1 verbaasd aan. Ik zei dat ik niks hoefde te doen en ik zei dat hij zonder alarm niks was. Ik bedoelde daarmee dat hij alleen maar stoer was met een alarm. Toen vroeg ik aan beveiliger 1 of hij weer alarm ging drukken.
Ik stond in mijn kamer en ik liep richting de deuropening. Vervolgens voelde ik dat beveiliger 2 mij aan mijn haren pakte. Ik zag dat hij met één hand mijn haren vastpakte en dat hij mij naar zich toe trok. Ik heb het best wel groot afro kapsel. Doordat er aan mijn haren werd getrokken, boog ik wat naar beneden. Ik zag dat beveiliger 1 mij een elleboog op mijn slaap gaf. Dit was aan de linkerkant van mijn gezicht. Ik voelde meteen dat ik duizelig werd. Ik voelde ook direct pijn aan mijn gezicht. Ik zag meteen wazig. Ik voelde dat de beveiliger mijn haren hierna niet meer vasthad.
Ik draaide met mijn lichaam de andere kant op, weg van de deuropening. Ik stond op dat moment voorovergebogen, met mijn rug richting de deur. Ik voelde dat ik aan allebei de kanten van mijn bovenarmen werd vastgepakt. Ik voelde dat dit twee verschillende mensen waren. Doordat ze mij vastpakten, draaide ik weer met mijn gezicht naar de deuropening. Ik voelde dat twee beveiligers mij naar beneden haalde. Ik voelde direct hierna dat ik een knie op mijn neus kreeg. Ik voelde dat ik vervolgens op de grond lag. Ik weet niet meer precies hoe dit is gebeurd, maar ik weet wel dat ik hardhandig naar de grond ben gewerkt door de beveiligers. Ik voelde dat ik pijn had aan mijn knie, waar ik al een blessure aan had. Toen ik op de grond lag zag ik dat er bloed op de grond lag. (…)
Ik voelde een knie op mijn hoofd, op mijn rug en op mijn nek. Ik voelde deze drie knieën tegelijk op mijn lichaam. Ik voelde dat de beveiligers mijn schoenen uittrokken. Ik lag op dat moment op mijn buik en ik voelde dat mijn benen naar mijn rug werden geduwd. Ik voelde dat het pijn deed aan mijn benen. Ik voelde dat ik dat ik weer een elleboog tegen mijn slaap aan kreeg. Deze keer was het tegen mijn rechterslaap. Hierna werd ik hardhandig met handboeien geboeid. (…)”
3.17.
[werknemer] is op 10 april 2025 gebeld door de heer [persoon 1] (hoofd veiligheid bij RJJI [locatie 1] ) met de mededeling dat hij is geschorst naar aanleiding van het incident met de jongere vanwege een vermoeden van integriteitschending en dat er een onderzoek door Bureau Integriteit (hierna: “BI”) werd ingesteld. De schorsing is bevestigd bij brief van dezelfde dag.
3.18.
[werknemer] is op 16 juni 2025 gehoord door BI. BI heeft het onderzoeksrapport op 30 oktober 2025 afgerond. Het rapport telt in totaal 340 pagina’s.
3.19.
BI heeft betrokkenen gehoord. Over de verklaring van collega [collega 3] staat in het rapport te lezen:
“
3.5.3 Gesprek met de heer [collega 3]
(…)
(Na het tonen van de) camerabeelden
Het voor zijn gevoel anders is gebeurd dan dat hij zag op de door de onderzoekers getoonde camerabeelden. Hierover zei hij: "Dat heb ik niet meegekregen. Voor mijn gevoel is dit veel anders gebeurd. Ik bedoel daarmee te zeggen dat alles van het ingrijpen in de kamer heeft afgespeeld. Nu ik de beelden zie, blijkt dat het niet allemaal in de kamer heeft afgespeeld. Het moment van ingrijpen was duidelijk buiten de kamer. " (…)
Hij zich, na het zien van de camerabeelden, voelt als een 'onbetrouwbare zak hooi'. Hierover zei hij: "Ik voel mij nu echt als een onbetrouwbaar zak hooi. Ik schrik hiervan. Ik dacht echt dat ik het goed had, serieus. Ik heb de slag niet ervaren als slag maar als het beetpakken bij het gezicht. Misschien heb ik het niet opgeslagen.” (…)
3.20.
BI heeft in het kader van het onderzoek een forensisch arts ingeschakeld. Deze arts heeft een toedrachtsonderzoek uitgevoerd op basis van het letsel van de jongere, en vijf scenario’s geschetst. In het rapport is daarover onder meer opgenomen:
“5.1.4 Beschouwing van de scenario's
Scenario 4: De jeugdige heeft bij de overmeestering voorafgaand aan het naar de grond brengen één of meerdere van de omschreven verwondingen opgelopen doordat stomp botsend geweld is toegepast (zoals bij scenario 3) en aanvullend letsel opgelopen door de val op de grond.
Dit scenario beschrijft een
mogelijke oorzaak van het ontstaan van alle beschreven letsels
:
Wanneer de jeugdige in eerste en/of tweede instantie met een vuist of elleboog tegen het hoofd is geslagen kan dit de zwelling aan rechter- of linkerzijde van het gelaat verklaren, evenals de huidonderbreking van de onderlip links, de neusbloeding en een lichte hersenschudding. Een éénmalige knie op neus en lip zetten, kan eveneens de bloeding van mond of neusslijmvlies verklaren en de scheur/barstwond van de onderlip linkerzijde. Het is niet aannemelijk dat door een vuistslag, elleboogstoot of knie in het gelaat een breuk in de voorhoofdsholte is ontstaan. Een harde val op het hoofd kan wél de breuk in de voorhoofdholte verklaren en is eveneens een verklaring voor het ontstaan van de hersenschudding.
(…)
Scenario 4, waarin er voorafgaande aan het naar de grond brengen van [de jongere] al geweld is toegepast middels het toepassen van stomp botsend geweld op het gezicht van [de jongere] , waarna hij bij het op de grond terecht komen aanvullend letsel heeft opgelopen door hardhandig met zijn hoofd in aanraking te zijn gekomen met de vloer, is het
meest aannemelijk
. Binnen dit scenario zijn alle letsels en de op het gelaat van [de jongere] aanwezige bloedsporen goed verklaarbaar. Bovendien wordt dit scenario niet uitgesloten door de verklaringen van de getuigen en de camerabeelden.”
3.21.
In het rapport beantwoordt BI de onderzoeksvragen als volgt:
“
7.1 Vraag 1: Wat zijn de feiten en omstandigheden met betrekking tot het incident op woensdag 9 april 2025?
Tijdens het onderzoek is gebleken dat de verschillende verklaringen op meerdere punten van elkaar afwijken, waardoor geen eenduidige lijn kan worden vastgesteld. (…)
7.1.1 (
Betrouwbaarheid van) de verklaringen
(…)
Hoewel de verklaringen m.b.t. het inleveren van de verklaringen op bepaalde punten uiteenlopen, is wel gebleken dat de heer [werknemer] en de heer [collega 1] op de hoogte waren van de inhoud van de afgelegde verklaringen. Deze omstandigheid is relevant voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring die ze bij de onderzoekers hebben afgelegd d.d. 16 juni 2025. De heer [werknemer] en de heer [collega 1] hebben allebei verklaard dat ze de verklaring niet met elkaar hebben afgestemd. Het feit dat ze kennis hadden van wat anderen reeds hadden verklaard, kan echter invloed hebben gehad op de wijze waarop zij hun eigen verklaring hebben geformuleerd, door (bewust of onbewust) aansluiting te zoeken bij reeds bekende informatie. Daarnaast is tevens gebleken dat de heer [werknemer] en de heer [collega 1] , ondanks het advies om dit niet te doen, onderling contact met elkaar hebben
onderhouden. (…)
7.1.3
Incident in en rondom de kamer van [de jongere]
De verklaringen van de getuigen en de betrokkene(n) geven geen eenduidig beeld van het incident in (en buiten) de kamer van [de jongere] op 9 april 2025. Daarnaast bestaan er discrepanties tussen de verklaringen, de camerabeelden en de uitkomsten van het toedrachtsonderzoek. (…)
[de jongere]
verklaarde bij de onderzoekers, d.d. 18 juni 2025, het volgende:
(…) Kennelijk was mijn reactie 'Zonder pieper zijn jullie helemaal niks' de trigger voor beveiliger 2 [kantonrechter: [collega 1] ] om in te grijpen. Hij pakte mij met één hand bij mijn haren vast. Ik weet niet meer welke hand het was. Ik had op dat moment langer haar (afro kapsel). Hij pakte mij midden op het hoofd. Op dat moment zag en voelde ik dat beveiliger 1 (kantonrechter: [werknemer] ) met zijn elleboog een rare beweging maakte tegen de linkerkant van mijn gezicht. Ik voelde een bonkend en prikken gevoel aan de linker kant van mijn gezicht. Het voelde als een steek. Ik heb nog nooit eerder een klap tegen mijn hoofd gehad. Ik stond op dat moment met mijn zicht in de richting van de gang. Ik deed mijn hoofd naar beneden en werd duizelig. Ik voelde vervolgens dat ik een knietje tegen mijn neus/lip kreeg. Ik zag wel dat ik dat knietje kreeg maar ik weet niet wie dat knietje gaf. (…)
Dat het volgende gebeurde na het knietje: "Ik werd vastgepakt door de beveiligers bij mijn beide armen en ook bij mijn nek. Ik weet niet precies wie wat heeft gedaan want ik zag wazig. Ik voelde wel dat er een beveiliger bij mijn ene onderarm mij vastpakte en een andere beveiliger aan de andere kant mij vastpakte. Op het moment dat ik was vastgepakt, voelde ik een slag/stoot aan de rechter kant (slaap) van mijn gezicht. Ik heb niet gezien op welke wijze deze slag/stoot werd gegeven omdat ik wazig zag. Ik stond op dat moment nog steeds op mijn benen voorovergebogen. Daarna pakte de beveiligers mij vast en zeiden dat ik moest meewerken. Ze zeiden dat ik op de grond moest gaan liggen en dat deed ik ook. Ik lag op mijn rechterkant van mijn gezicht op de grond. De beveiligers waren hardhandig want er werd met een knie op mijn hoofd gelegd (door beveiliger 1), een knie op mijn rug gelegd (door beveiliger 2) en met een been op mijn knie geleund door een van de andere beveiligers. Beveiliger 2 hield ook mijn handen op mijn rug. Vervolgens werd er alarm gedrukt en toen kwamen er andere medewerkers. Dit werd door de beveiligers namelijk geroepen ('Druk alarm, druk alarm')."
Dat hij als volgt op de vloer terecht kwam: "Ik kwam op mijn buik terecht met mijn armen op mijn rug en mijn rechterkant van mijn gezicht lag op de vloer. Ik was natuurlijk al voorovergebogen en de beveiligers hielden mij vast bij mijn armen en ik werd hardhandig naar de grond gewerkt terwijl de beveiligers mijn handen wel vasthielden. Ik probeerde mijn
hoofd omhoog te houden omdat ik zag dat het bloed uit mijn neus en mond op de grond lag. Ik voelde dat een onbekend gebleven beveiliger mijn hoofd naar de vloer drukte waardoor ik in het bloed terecht kwam met mijn hoofd. Vervolgens werd, zoals ik eerder vertelde, door
beveiliger 1, een knie op mijn gezicht gedrukt. Het was een grote plas bloed die op de grond lag. Ik gaf aan dat mijn knie pijnlijk was. Ik zei 'Auw, mijn knie'. Ik merkte dat daarop geen reactie van de beveiligers kwam. " (…)
De verklaring van de jeugdige sluit aan bij het toedrachtsonderzoek van de forensisch arts waarin wordt geconcludeerd dat er minimaal drie stomp botsend geweld inwerkende momenten aanwezig geweest zouden moeten zijn om het totaalbeeld van de letsels te kunnen verklaren: één aan de rechterzijde van het gezicht, één aan de linkerzijde van het gezicht en één aan de voorzijde van het gezicht. Ook sluit de verklaring van de jeugdige aan bij het scenario dat door de forensisch arts en forensisch adviseur als meest waarschijnlijk wordt beoordeeld: de jeugdige heeft één of meerdere van de omschreven verwondingen opgelopen doordat stomp botsend geweld is toegepast en heeft aanvullend letsel opgelopen door de val op de grond.
De verklaring van de jeugdige is op een aantal punten echter niet verenigbaar met de feiten zoals bekend. De jeugdige verklaart dat het eerste fysieke geweld de elleboog beweging van de heer [werknemer] betreft. Dit is niet in lijn met de camerabeelden waarbij te zien is dat de heer [collega 1] een slaande beweging maakt met een vuist. Daarnaast hebben de onderzoekers aan de jeugdige gevraagd om de situatie te schetsen zoals het was op het moment dat de jeugdige bij zijn kamer aan kwam. De jeugdige maakte hierop een tekening waarbij hij zich in zijn kamer bevond en de vier complexbeveiligers buiten de kamer van de jeugdige stonden. Uit de camerabeelden blijkt echter dat de jeugdige op/nabij de drempel van zijn kamer stond en er op dat moment drie in plaats van vier beveiligers voor de kamer van de jeugdige stonden. (…)
De heer [werknemer]
(…) Tijdens het gesprek met de onderzoekers, d.d. 16 juni 2025, verklaarde heer [werknemer] onder andere het volgende:
Het 'ingrijpen' zag er als volgt uit: " [collega 1] is lang. Hij maakte een soort van omhelzing op schouderhoogte bij [de jongere] Toen rolden/vielen ze beiden de cel naar binnen. Toen stond ik nog buiten. Dan is het zaak om [de jongere] zo snel mogelijk onder controle te brengen. [collega 1] bracht [de jongere] naar de grond. Er werd geworsteld. Alles bij elkaar duurde dit misschien 30 seconden. In die 30 seconden stribbelde [de jongere] tegen. Het hoofd van [de jongere] lag richting het raam met de benen richting de deur. Hij lag op zijn buik. Toen [de jongere] op de grond lag pakte ik direct zijn linkerhand. Ik zette mijn knieën op zijn bovenarm en mijn handen op zijn linker pols. Ik kreeg van [collega 1] de rechterarm van [de jongere] die ik ging boeien. Vervolgens plaatste ik zijn linkerarm erbij en boeide die ook. Op dat moment lag [de jongere] nog steeds op de grond op zijn buik. Op het moment van controle zag ik bloed en vermoedde een bloedneus. Ook op de grond lag bloed. "
Op de vraag of er buitensporig geweld is toegepast op de jeugdige, reageerde de heer [werknemer] : "Nee, zeker niet! Niet door mij, niet door [collega 1] en ook niet door [persoon 2] . De kaak is gebroken, dat is spijtig. Het is een kind, snapt u? Dit is nooit de bedoeling geweest maar het is een noodlottig ongeluk. Dat zeg ik, ik werk er al bijna 20 jaar. Ik weet toch dat je iemand niet zo op zijn gezicht kan rossen? U heeft mij nog nooit hier zien zitten bij Bureau Integriteit. Het is heel vervelend hoe het gelopen is. Het kan gebeuren in een worsteling."(…)
Na het zien van de camerabeelden verklaarde de heer [werknemer] bij de onderzoekers:
(…)
Op de vraag van de onderzoekers wat er zich werkelijk had afgespeeld in de kamer van de jeugdige, reageerde de heer [werknemer] : "Wat ik jullie heb verteld. Ik zat links ik hield zijn linkerhand onder controle. [collega 1] de rechterhand. [persoon 2] komt met zijn knie in zijn rug. [persoon 3] , dat weet ik niet. Ik dacht dat hij er niet was. Dat was het. Het was zo gepiept. Binnen 30 seconden. In mijn beleving is de jongen op de grond beland met [collega 1] . Dat is het enige moment dat hij verwondingen kon oplopen."
Op de vraag hoe de heer [werknemer] de aanzienlijke verwondingen aan het gezicht van de jeugdige verklaarde, reageerde hij: "Ik ben 20 jaar geleden begonnen bij de jeugdinrichting. Ik heb een eed afgelegd. Ik heb gezworen dat ik mijn werk goed zat doen. Ik heb nog nooit een jeugdige geslagen. Ik heb ook nog nooit een collega gezien die een jeugdige heeft geslagen. Op welk moment moet die jongen klappen hebben gehad? Ik denk echt dat hij met zijn gezicht op de grond is gevallen." (…)
Concluderend
Op basis van de vergelijking tussen de verklaringen van de getuigen, de betrokkene(n), de camerabeelden en de bevindingen uit het toedrachtsonderzoek door de forensisch arts, ontstaat geen volledig eenduidig beeld van het incident op 9 april 2025 in en rondom de kamer van [de jongere]
Wel kan worden vastgesteld dat één van de verklaringen in de grootste mate aansluit bij de bevindingen van de forensisch arts en een plausibele verklaring biedt voor het gehele geconstateerde letselbeeld bij [de jongere] Hoewel ook deze verklaring enkele discrepanties bevat, is dit de enige verklaring die in medisch-forensische zin consistent is met het door de deskundige vastgestelde letsels. Dit betreft de verklaring van [de jongere] Enkel [de jongere] verklaart meerdere stomp botsend geweld inwerkende momenten: één aan de rechterzijde van het gezicht, één aan de linkerzijde van het gezicht en één aan de voorzijde van het gezicht. Ook sluit de verklaring van de jeugdige aan bij het scenario dat door de forensisch arts en forensisch adviseur als meest waarschijnlijk wordt geacht: de jeugdige heeft één of meerdere van de omschreven verwondingen opgelopen doordat stomp botsend geweld is toegepast en heeft aanvullend letsel opgelopen door de val op de grond.
Daarnaast is er één getuige, mevrouw [collega 4] , die een deel van het incident heeft waargenomen. Zij heeft verklaard een slaande beweging gezien te hebben maar zij heeft niet waargenomen dat deze beweging daadwerkelijk [de jongere] raakte. Op grond van het toedrachtsonderzoek zou, indien die beweging heeft geleid tot contact, dit in overeenstemming zijn met een deel van het geconstateerde letsel. Deze verklaring is daarmee enkel deels ondersteunend. De overige verklaringen vertonen grotere inconsistenties met de camerabeelden en het toedrachtsonderzoek van de forensisch arts en worden daarom als minder aannemelijk beschouwd in relatie tot het gehele letselbeeld van [de jongere] Op basis van het voorgaande, achten de onderzoekers het aannemelijk dat de verklaring(en) van de betrokkene(n) m.b.t. de uitgevoerde handelingen niet (volledig) op de waarheid berust(en).
7.2
Vraag 2: In hoeverre is er bij de op kamer plaatsing van [de jongere] , d.d. 9 april 2025, door de betrokkene gehandeld in lijn met de geldende (gewelds- en/of dienst) instructie(s)?
(…) Op grond van de camerabeelden en de afzonderlijke verklaringen van betrokkenen en getuigen is niet vast te stellen of sprake was van een acute veiligheidssituatie die in inzet van geweld rechtvaardigde. Het gebrek aan audio bij de camerabeelden, maakt het niet mogelijk om vast te stellen of er gewaarschuwd is voor de toepassing van geweld, waarmee de jeugdige - in lijn met de instructie - regie kon houden over zijn situatie. Echter is zowel aan getuigen als aan de betrokkene(n) gevraagd wat zij hebben waargenomen (gezien en gehoord). Niemand heeft verklaard dat een dergelijke waarschuwing gegeven zou zijn waardoor de onderzoekers het aannemelijker achten dat er niet is gewaarschuwd voor de toepassing van het geweld in plaats van dat er wel voor is gewaarschuwd. (…)
Uit het onderzoek blijkt dat de betreffende de handelingen die zijn verricht bij het op kamer plaatsen van [de jongere] (onvoldoende) in beeld zijn gebracht. De camerabeelden bieden daardoor geen duidelijkheid over het daadwerkelijk handelen van de betrokkene. Er is daarnaast gesproken met getuigen en met de betrokkene. Deze verklaringen geven echter geen consistent beeld van de feitelijke gang van zaken. Er is geen eenduidig beeld ontstaan van de handelingen die door de betrokkene verricht zijn. Aangezien het beschikbare bewijsmateriaal, bestaande uit de camerabeelden en verklaringen, onvoldoende basis biedt om met voldoende zekerheid vast te stellen wie welke handelingen heeft verricht, kan niet worden vastgesteld in hoeverre is gehandeld in overeenstemming met de geldende dienstinstructies.
De onderzoekers hebben wel de handelingen waarover de betrokkene heeft verklaard, afgezet tegen de camerabeelden en het toedrachtsonderzoek dat door de forensisch arts is uitgevoerd. Op grond van deze vergelijking kan geconcludeerd worden dat dat de verklaring van de betrokkene niet consistent is met de camerabeelden en tevens niet consistent is met het door de forensisch arts geconstateerde letselbeeld. De door de betrokkene beschreven handelingen bieden geen plausibele verklaring voor de geconstateerde letsels bij de jeugdige.
7.3
Vraag 3: Wat is het aandeel van de heer [werknemer] bij dit incident?
Zie tevens paragraaf 7.1 en paragraaf 7.2. Er is geen eenduidig beeld ontstaan
m.b.t. de handelingen die door de betrokkene verricht zijn richting [de jongere]
bij het incident op 9 april 2025. De volgende conclusies kunnen echter wel
getrokken worden:
De verklaring van de betrokkene is niet consistent met de camerabeelden en is tevens niet consistent met het door de forensisch arts geconstateerde letselbeeld.
De door de betrokkene beschreven handelingen bieden geen plausibele verklaring voor de geconstateerde letsels bij de jeugdige.
Het is aannemelijk dat de verklaring van de betrokkene niet (volledig) op waarheid berust. Hieruit voortvloeiende is het tevens aannemelijk dat de opgestelde rapportage, d.d. 9 april 2025 van het incident, niet (volledig) op waarheid berust. (…)”
3.22.
[werknemer] is op 15 oktober 2025 gehoord naar aanleiding van de aangifte van de jongere.
3.23.
[werknemer] is bij brief van 6 november 2025 uitgenodigd om het rapport op 25 november 2026 te bespreken. De uitnodigingsbrief vermeldt dat het gesprek plaatsvindt op een termijn van 14 dagen om [werknemer] de gelegenheid te geven om het rapport door te lezen en juridische bijstand in te schakelen.
3.24.
Tijdens het gesprek van 25 november 2026 is gezegd dat de procedure naar de kantonrechter zal worden gestart om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, en dat [werknemer] tot 9 december 2026 de tijd had om met een tegenvoorstel te komen voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
3.25.
Bij brief van 26 november 2025 is aan [werknemer] bevestigd dat de arbeidsjurist van DJI de opdracht had gekregen om de procedure te starten om te komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De brief vermeldt verder dat [werknemer] niet langer is geschorst, maar wel vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden met behoud van loon.
3.26.
Het verslag van het gesprek van 25 november 2025 dat als bijlage bij de brief zet vermeldt het volgende:
“(…) Naar aanleiding van het incident heeft bureau integriteit het rapport afgerond, wat [werknemer] ook heeft ontvangen.
In dit gesprek wordt gedeeld hoe de organisatie tegen het rapport aankijkt en welke conclusie wordt getrokken.
(…)
[persoon 1] geeft de redenen aan waarom deze keuze is gemaakt:
Meer dan gerede twijfel over afgelegde verklaring over letsel jongere zoals deze door forensisch arts is beoordeeld. Verklaring komt niet overeen met opgelopen letsel;
schijn van onderlinge afstemming over incident, waardoor er bij werkgever geen vertrouwen meer is.
(…)
[persoon 1] begrijpt de twijfel en dat er vragen zijn. Dit gesprek is bedoeld om de mededeling te doen over consequenties, dus beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Dit gesprek is niet bedoeld voor hoor en wederhoor. Alles is verwoord in het rapport van bureau-integriteit. Eventueel bij kantonrechter kan men het verweer doen.
[persoon 1] zegt dat hij niet inhoudelijk meer gaan reageren.
(…)”
3.27.
Partijen zijn vervolgens met elkaar in overleg getreden over een minnelijke regeling. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt.
3.28.
[werknemer] heeft op 2 december 2025 een brief gekregen van de officier van justitie dat hij naar aanleiding van de aangifte van de jongeren niet zal worden vervolgd vanwege onvoldoende bewijs.
3.29.
Op 13 februari 2026 heeft DJI op het intranet een nieuwsflits gepubliceerd met de volgende inhoud:
“Het onderzoek dat Bureau Integriteit heeft verricht naar aanleiding van het vermoeden van niet-integer handelen door de heer [werknemer] en de heer [collega 1] is afgerond. Op basis van de onderzoeksrapporten heeft de locatiedirectie, in afstemming met het bevoegd gezag, besloten de arbeidsovereenkomst met de betrokken medewerkers te beëindigen.
Wij realiseren ons dat deze situatie impact heeft op collega’s die direct en indirect betrokken zijn, en mogelijk ook op de jongeren. Wij betreuren ten zeerste dat het zover heeft moeten komen. Tegelijk is het van groot belang dat wij als RJJI blijven staan voor integriteit, professionaliteit en veilige werkomgeving.
De directie van de RJJI kan en mag zich niet verder uitlaten over de inhoud van de rapporten of over eventuele vervolgstappen. Dit betreft vertrouwelijke informatie die we niet kunnen en ook niet willen delen, mede om de privacy van de betrokkenen te respecteren.
Wij vragen iedere medewerker om geen geruchten te verspreiden, niet te roddelen en bovenstaande (beperkte) informatie te accepteren en het hierbij te laten. Wanneer jongeren vragen stellen, kan volstaan worden met dat in verband met privacy, geen verdere uitleg wordt gegeven.”
3.30.
DJI heeft geen gehoor gegeven aan een verzoek van de advocaat van [werknemer] om het communicatiebericht te verwijderen en te rectificeren.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.