ECLI:NL:RBZWB:2026:6413
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/479 en 25/480
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Verzoeken om schadevergoeding in verband met wateroverlast in Sluiskil. Artikel 8:88 Awb. Artikel 4:126 Awb.
Uitspraak
Procesverloop
2. Verzoekers hebben de rechtbank verzocht om het college te veroordelen tot vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de wateroverlast in [plaats] .
2.1.
Het college heeft op de verzoekschriften gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft de verzoeken op 18 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker [verzoeker 1] , bijgestaan door zijn gemachtigde, en de gemachtigde van het college, vergezeld door [persoon] .
Feiten
3. [verzoeker 1] is eigenaar van en woont aan de [adres 1] . [verzoeker 2] is eigenaar van en woont aan de [adres 2] . Verzoekers hebben beiden te maken met grond- en/of hemelwateroverlast in hun woning.
3.1.
In brieven van 7 maart 2024 hebben verzoekers het college verzocht om de schade die zij hebben geleden als gevolg van de wateroverlast te vergoeden. Volgens verzoekers heeft het college bij de vaststelling van het Water- en rioleringsplan 2019-2023 en voorgaande waterplannen onvoldoende rekening gehouden met de specifieke situatie van hun woningen ten aanzien van de afvoer van grond- en hemelwater. Primair baseren verzoekers hun verzoek om schadevergoeding op artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Subsidiair baseren zij hun verzoek op artikel 4:126 van de Awb.
3.2.
Met brieven van 30 april 2024, verzonden op 1 mei 2024, heeft het college de verzoeken om schadevergoeding van verzoekers afgewezen.
Het college heeft aangegeven dat artikel 8:88 van de Awb niet van toepassing is, nu de daarin genoemde schadeoorzaken zich niet voordoen. Ook artikel 4:126 van de Awb is volgens het college niet van toepassing, omdat de gestelde schadeoorzaak dateert van vóór
1 januari 2024, zodat op grond van het overgangsrecht het oude recht van toepassing is.
Het college heeft het verzoek daarom opgevat als een verzoek als bedoeld in artikel 7:14, eerste lid van de Waterwet. Omdat volgens het college geen sprake is van causaal verband tussen de schade en het besluit tot vaststelling van het Water- en rioleringsplan 2019-2023, heeft het college zich op het standpunt gesteld dat het verzoek om schadevergoeding ook op die grondslag niet kan worden toegekend.
Gronden
4. Verzoekers stellen dat zij schade lijden als gevolg van de grond- en/of hemelwateroverlast in [plaats] en dat het college die schade moet vergoeden. Zij baseren zich ook in deze procedure bij de rechtbank primair op artikel 8:88 van de Awb en subsidiair op artikel 4:126 van de Awb.
4.1.
Verzoekers stellen dat sprake is van onrechtmatig overheidshandelen, omdat het college bij de vaststelling van het Water- en rioleringsplan 2019-2023 en voorgaande waterplannen onvoldoende rekening heeft gehouden met de specifieke situatie van hun woningen ten aanzien van de afvoer van grond- en hemelwater.
4.2.
Voor zover de Water- en rioleringsplannen als rechtmatige besluiten moeten worden aangemerkt, stellen verzoekers dat zij als gevolg daarvan schade hebben geleden die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico, zodat zij aanspraak kunnen maken op nadeelcompensatie.
4.3.
Uit rapporten van Wareco Ingenieurs van 9 november 2017 en Tauw-Aveco de Bondt-Deltares van 20 januari 2023 blijkt volgens verzoekers dat het college verantwoordelijk is voor hun schade en dat deze schade niet alleen is toe te rekenen aan de staat van hun woning, zoals wethouder Van Hulle volgens verzoekers steeds heeft beweerd, maar dat daar ook andere factoren een rol spelen. Verzoekers wijzen er daarbij op dat uit de Kaderbrief 2024-2027 blijkt dat er substantiële bedragen zijn uitgetrokken door de gemeente Terneuzen voor de aanpak van de wateroverlast in [plaats] .
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.