ECLI:NL:RBZWB:2026:6505
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 24/7936, 24/7937 en 25/6624
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Verzet
Inhoudsindicatie
8:55 Verzet ongegrond: belanghebbende is van mening dat de rechtbank ten onrechte geoordeeld heeft dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In het verzetschrift zijn diverse omstandigheden waarom het bezwaarschrift verschoonbaar te laat is. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding van de bezwaartermijn in dit geval niet verschoonbaar is. De stelling van belanghebbende is niet met stukken onderbouwd. Belanghebbende heeft daarnaast niet inzichtelijk gemaakt dat hij zo spoedig als redelijkerwijs van hem kon worden verlangd bezwaar heeft ingediend. De door belanghebbende aangehaalde uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat het oordeel van de rechtbank onjuist is.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.