ECLI:NL:RBZWB:2026:6705
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/6616 en 25/6617
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke boetes. Betalingsherinnering. Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15.
Uitspraak
Procesverloop
2. Op 7 december 2024 is de A24/Blankenburgverbinding geopend. De A24 verbindt de A20 bij Vlaardingen met de A15 bij Rozenburg. Om de aanleg van de A24 te kunnen financieren wordt tol geheven. Tolheffing gaat via E-tol, elektronisch betalen. Dat betekent dat betalen automatisch geschiedt via een aanbieder of via een betaling online. Er zijn geen tolpoortjes. Betaling van een tolrit kan vanaf zeven dagen vooraf tot drie dagen (72 uur) achteraf plaatsvinden. Het toltarief wordt vastgesteld bij ministeriële regeling en bedraagt in dit geval € 1,51 per rit. Als te laat wordt betaald volgt een betalingsherinnering. Deze betalingsherinnering is het eerste jaar na opening nog kosteloos. Daarna wordt hiervoor een bedrag van € 9,- in rekening gebracht. Als betaling dan nog steeds uitblijft wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Het boetebedrag is in de wet vastgesteld op een bedrag van€ 35,– vermeerderd met het oorspronkelijke toltarief. De tolheffing en de handhaving hiervan worden geregeld in de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15.
2.1.
Op 5 juli 2025 heeft het voertuig met kenteken [kenteken] op twee verschillende momenten over de A24 gereden: om 13:08 uur en om 20:07 uur. Dit voertuig staat op naam van eiser, zo blijkt uit het kentekenregister van de Dienst wegverkeer. Zaak 25/6616 heeft betrekking op de tolrit van 13:08 uur en zaak 25/6617 heeft betrekking op de tolrit van 20:07 uur.
2.2.
De verschuldigde tol voor deze twee tolritten is niet tijdig, dat wil zeggen binnen 72 uur na de tolrit, ontvangen. Aan eiser zijn daarom volgens de minister op 10 juli 2025 met dagtekening 17 juli 2025 twee betalingsherinneringen gestuurd (één voor elke tolrit).
2.3.
Na het uitblijven van betaling, heeft de minister op 1 september 2025 twee bestuurlijke boetes opgelegd (de primaire besluiten). De boetes bedragen elk € 36,51 (€ 35,– plus het oorspronkelijke toltarief van € 1,51).
2.4.
Eiser heeft tegen beide primaire besluiten bezwaar gemaakt.
2.5.
De minister heeft op 17 november 2025 de beslissingen op bezwaar genomen, waarbij de bezwaren ongegrond zijn verklaard (de bestreden besluiten). De primaire besluiten zijn hiermee in stand gelaten.
2.6.
Eiser heeft op 17 december 2025 beroep tegen de bestreden besluiten ingesteld.
2.7.
De minister heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.8.
De rechtbank heeft de beroepen op 25 juni 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de minister mr. B.S. Kruize.
Beroepsgronden
3. Eiser voert aan dat de minister de bestuurlijke boetes ten onrechte heeft opgelegd, omdat hij voorafgaand aan beide boetes geen betalingsherinnering ontvangen heeft. Daarnaast stelt eiser dat zijn persoonlijke verwijtbaarheid ontbreekt bij het niet (tijdig) betalen van de E-tol.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.