ECLI:NL:RBZWB:2026:6786
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/1491 WIA
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de WIA-uitkering van eiseres heeft beëindigd per 22 januari 2025. Het beroep is dus ongegrond.
Uitspraak
Procesverloop
Primaire fase
2.1.
Eiseres was werkzaam als algemeen medewerkster schoonmaak bij [bedrijf] B.V. voor 23 uur per week. Voor dat werk is zij uitgevallen op 23 oktober 2018 wegens belemmerende gezondheidsklachten. Eiseres heeft in juli 2020 een WIA-uitkering aangevraagd bij het UWV.
2.2.
Met een besluit van 3 september 2020 heeft het UWV eiseres laten weten dat zij geen WIA-uitkering kon krijgen per 20 oktober 2020, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Eiseres was het niet eens met dit besluit en heeft daartegen bezwaar gemaakt. Met een besluit van 18 mei 2021 heeft het UWV het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 september 2020 ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft in de tussenliggende periode een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen van het UWV. Met een besluit van 30 juni 2022 heeft het UWV eiseres laten weten dat zij vanaf 5 juli 2022 weer arbeidsgeschikt werd geacht voor haar eigen werk en dus geen recht meer had op een ZW-uitkering vanaf die datum.
2.4.
Na herbeoordeling op basis van nieuw ontvangen informatie heeft het UWV eiseres met een besluit van 27 juli 2023 laten weten dat haar bezwaar tegen het besluit van 3 september 2020 alsnog gegrond is en dat zij met ingang van 21 oktober 2020 tot en met 20 oktober 2022 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering. Nadat deze rechtbank het beroep tegen de besluiten van 18 mei 2021 en 27 juli 2023 ongegrond verklaarde, heeft de CRvB de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen het besluit van 18 mei 2021 gegrond verklaard en dit besluit vernietigd én het beroep tegen het besluit van 27 juli 2023 ongegrond verklaard.
2.5.
Met een besluit van 2 augustus 2023 (primair besluit) heeft het UWV eiseres laten weten dat haar loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 21 oktober 2022 is veranderd in een WGA-vervolguitkering en dat hierdoor de hoogte van haar uitkering lager is geworden.
Bezwaarfase
2.6.
Eiseres heeft bij het UWV bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dit bezwaar heeft het UWV met een besluit van 21 januari 2025 (bestreden besluit) ongegrond verklaard, omdat eiseres per 21 oktober 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. De WIA-uitkering is daarom met ingang van 22 januari 2025 beëindigd.
Beroepsfase
2.8.
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daartegen bij deze rechtbank beroep ingesteld.
2.9.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.10.
Eiseres heeft op 11 november 2025 de rechtbank verzocht om aanhouding van het beroep. De rechtbank heeft dit verzoek met een brief van 17 november 2025 toegewezen.
2.11.
Eiseres heeft vervolgens aanvullende beroepsgronden overgelegd aan de rechtbank. Het UWV heeft hierop gereageerd met een aanvullend verweerschrift van 4 maart 2026, met als bijlagen aanvullende rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 19 februari 2026 en de arbeidsdeskundige b&b van 3 maart 2026.
2.12.
Eiseres heeft op 10 juni 2026 aanvullende beroepsgronden overgelegd aan de rechtbank. Het UWV heeft op 11 juni 2026, voorafgaand aan de zitting, hierop gereageerd met een nadere rapportage van de arbeidsdeskundige b&b van 11 juni 2026.
2.13.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en namens het UWV mr. H.J.J. Verhoeven.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.