ECLI:NL:RBZWB:2026:6823
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 24 juli 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/3408
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
KINDER. Deze uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag van eiseres om compensatie voor de toeslagjaren 2012 en 2014 tot en met 2016 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Uitspraak
Procesverloop
2. Eiseres is afkomstig uit Sierra Leone en in 2002 Nederland binnengekomen. Zij heeft een zoon en een dochter. In september 2012 heeft eiseres kinderopvangtoeslag aangevraagd. De Belastingdienst/Toeslagen heeft over meerdere jaren (voorschotten) kinderopvangtoeslag toegekend.
2.1.
Eiseres had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft in 2014 de aanvraag van eiseres om verlenging van de geldigheidsduur van haar verblijfsvergunning afgewezen en het bezwaar van eiseres hiertegen bij besluit van 28 augustus 2014 ongegrond verklaard. Het daartegen ingediende beroep en vervolgens hoger beroep zijn beide ongegrond verklaard. In oktober 2014 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van de Kinderpardonregeling. In 2016 heeft zij een verblijfstitel verkregen.
2.2.
Eiseres heeft zich gemeld voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
2.3.
Met de vooraankondigingen compensatie kinderopvangtoeslag van 16 februari 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan eiseres medegedeeld dat zij recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2013 en 2014 en dat het voorlopig compensatiebedrag is vastgesteld op € 17.605,-. Zij krijgt daarom het minimale bedrag van € 30.000,- op basis van de Catshuisregeling.
2.4.
Met dagtekening 26 mei 2022 heeft de Dienst Toeslagen vier besluiten genomen, namelijk:
het besluit met [kenmerk 1] (primair besluit I) over toekenning van compensatie vanwege vooringenomen handelen over het toeslagjaar 2013 en januari tot en met 27 augustus 2014, het definitieve compensatiebedrag blijft € 30.000,-;
het besluit met [kenmerk 2] (primair besluit II) over toekenning van compensatie vanwege hardheid over de periode van 28 augustus tot en met 31 december 2014, het definitieve compensatiebedrag blijft € 30.000,-;
het besluit met [kenmerk 3] (primair besluit III) over afwijzing van compensatie over het toeslagjaar 2015, omdat geen sprake is van vooringenomen handelen, noch van hardheid of onterechte Opzet/Grove Schuld (O/GS)-kwalificatie;
het besluit met [kenmerk 4] (primair besluit IV) eveneens over afwijzing van compensatie over het toeslagjaar 2015.
2.5.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten.
2.5.
Met het besluit van 27 mei 2025 (bestreden besluit I) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres gedeeltelijk gegrond verklaard en wel in die zin dat wijzigingen zijn doorgevoerd in de berekening van het compensatiebedrag over de jaren 2013 en 2014 ten aanzien van de componenten materiële schade, immateriële schade, toeslagrente en aanvullende schadevergoeding (1%). Uit de berekening volgt een nieuw schadebedrag van € 24.597,-. Omdat eiseres al € 30.000,- heeft ontvangen, betekent dit dat eiseres geen nabetaling ontvangt. Het bezwaar is voor het overige ongegrond verklaard. Het toeslagjaar 2016 is volgens Dienst Toeslagen terecht niet meegenomen in de beoordeling, maar zal nog afzonderlijk worden beoordeeld. Ook is een vergoeding in de proceskosten toegekend.
2.6.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I.
2.7.
De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.8.
Met het besluit van 17 juni 2026 (bestreden besluit II) heeft de Dienst Toeslagen aanvullend beslist over de herbeoordeling van de toeslagjaren 2005 tot en met 2012 en 2016 tot en met 2019. Uit deze herbeoordeling is gevolgd dat eiseres geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2012 en 2016, 2017 en 2019, maar wel voor het toeslagjaar 2018. De berekening van de compensatie leidt tot een totaalbedrag van € 33.993,-, wat resulteert in een nabetaling van € 3.993,-.
2.9.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit II gronden ingediend.
2.10.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en mr. [vertegenwoordiger] namens de Dienst Toeslagen.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.