ECLI:NL:RBZWB:2026:7005
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 25/3650 WLZ
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Intrekking pgb. Nu schending van pgb-verplichtingen vaststaat, was het Zorgkantoor in beginsel bevoegd de verleningsbeschikking vanaf 1 januari 2025 in te trekken. Geen onevenredige belangenafweging. Het Zorgkantoor mocht van zijn bevoegdheid tot intrekking van de verleningsbeschikking gebruik maken. Geen aanleiding voor de conclusie dat sprake zou zijn van strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM wegens een ‘individual and excessive burden’. Beroep ongegrond.
Uitspraak
Procesverloop
Primaire fase
2.1.
Eiser ontving van het Zorgkantoor sinds 6 december 2021 een pgb voor zorgverlening op grond van een Wlz-indicatie.
2.2.
Op 20 mei 2022 ontving het Zorgkantoor een melding van de SVB dat eisers zorgverlener en stiefvader, [persoon 1] , sinds december 2021 meer dan 40 uur per week declareert voor eisers zorg. Het Zorgkantoor heeft eiser met een brief van 23 mei 2022 laten weten dat hij er zorg voor moet dragen dat [persoon 1] niet meer dan 40 uur zorg per week declareert per 1 juni 2022 en dat eiser anders het risico loopt dat het pgb wordt beëindigd.
2.3.
Met een brief van 29 maart 2023 heeft het Zorgkantoor de bevindingen van het huisbezoek van 21 maart 2023 met eiser gedeeld. Tijdens het huisbezoek is gesproken met eisers gewaarborgde hulp en moeder, [persoon 2] , en is de pgb-administratie besproken. Het Zorgkantoor heeft eiser geadviseerd om te onderzoeken of hij een tweede zorgverlener kan inzetten op basis van een nul-urencontract en heeft eiser nogmaals meegedeeld dat een zorgverlener nooit meer dan 40 uur per week uit pgb mag werken. Het Zorgkantoor heeft vastgesteld dat het jaar daarvoor soms meer dan 40 uur per week werd gedeclareerd, waardoor eiser aan het einde van het jaar budget te kort kwam.
2.4.
Met een brief van 4 april 2024 heeft het Zorgkantoor de bevindingen van het beeldbelhuisbezoek van 14 maart 2024 met eiser gedeeld. Het Zorgkantoor acht het niet aannemelijk dat eiser de gedeclareerde 10 uur persoonlijke verzorging per dag nodig heeft. De gewaarborgde hulp heeft aangegeven dat die declaraties niet juist zijn, dat eiser alleen aansturing nodig heeft. Er is ook gesproken over het meer dan 40 uur per week zorg declareren. De weken waarin de ene maand overloopt in de andere maand wordt meer dan 40 uur zorg per week gedeclareerd. Daarnaast is besproken dat het niet is toegestaan om zorgverleners [persoon 1] en eisers zus [persoon 3] op gezamenlijke momenten begeleiding aan eiser te laten bieden in plaats van één op één begeleiding. Het is niet doelmatig om van twee zorgverleners tegelijk begeleiding te ontvangen. Het Zorgkantoor heeft eiser gevraagd om een weekschema te overleggen, waarin staat wanneer welke zorgverlener eiser begeleiding biedt.
2.5.
Met een brief van 8 augustus 2024 heeft het Zorgkantoor eiser gevraagd om een schriftelijke toelichting waarom hij gemiddeld meer dan 12 uur zorg per dag declareert voor zijn zorgverleners. Daarnaast heeft het Zorgkantoor gevraagd om uiterlijk 28 augustus 2024 een voldoende gedetailleerd weekschema te overleggen, waarin staat wanneer welke zorgverlener welke zorg heeft verleend in de periode van januari 2024 tot en met juni 2024.
Eiser heeft op 22 augustus 2024 een Wlz-indicatiebesluit van 6 december 2021, een brief van de gewaarborgde hulp met daarin een beschrijving van de geleverde zorg en een verzoek voor meer budget en zorgbeschrijvingen van zijn zorgverleners overgelegd aan het Zorgkantoor.
2.6.
Met een brief van 24 september 2024 heeft het Zorgkantoor aan eiser laten weten dat het alsnog uiterlijk 10 oktober 2024 de gevraagde weekschema’s over de periode van januari 2024 tot en met juni 2024 wil ontvangen. Het Zorgkantoor heeft eiser ook laten weten dat zijn pgb niet wordt opgehoogd, omdat hij volgens het budgetplan uit zou moeten komen met het huidige budget, en dat alleen daadwerkelijk geleverde zorg mag worden gedeclareerd vanuit het pgb, niet passief toezicht. Als het weekschema niet wordt ontvangen, heeft dit gevolgen voor het pgb.
2.7.
Met een brief van 31 oktober 2024 heeft het Zorgkantoor eiser een herinnering gestuurd aan de brieven van 8 augustus 2024 en 24 september 2024, omdat de weekschema’s niet waren ontvangen. Er wordt wederom verzocht om een uitgebreide, voldoende gedetailleerde toelichting van de geleverde zorg. Als de toelichting niet voor 20 november is ontvangen, heeft dit gevolgen voor het pgb.
2.8.
Het Zorgkantoor heeft met een besluit van 5 december 2024 (primair besluit) de verleningsbeschikking van eisers pgb ingetrokken per 1 januari 2025, omdat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden en omdat zijn zorgverleners structureel meer dan 40 uur per week zorg hebben gedeclareerd.
Bezwaarfase
2.9.
Eiser was het niet eens met het primaire besluit en heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2.10.
Vervolgens heeft het Zorgkantoor met een besluit van 26 juni 2025 (bestreden besluit) eisers bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Dit betekent dat het Zorgkantoor bij het primaire besluit is gebleven.
Beroepsfase
2.11
Eiser heeft bij deze rechtbank beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.12.
Het Zorgkantoor heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.13.
Eiser heeft aanvullende beroepsgronden bij de rechtbank ingediend. Hierop heeft het Zorgkantoor gereageerd met een aanvullend verweerschrift.
2.14.
De behandeling van het beroep ter zitting stond gepland op 1 december 2025. Ter zitting heeft eisers gemachtigde verzocht om aanhouding van de behandeling wegens privé-omstandigheden van eisers gewaarborgde hulp. Dit verzoek heeft de rechtbank toegewezen.
2.15.
Vervolgens heeft de rechtbank het beroep op 18 mei 2026 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers gemachtigde en de gemachtigde van het Zorgkantoor.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.