ECLI:NL:RBZWB:2026:7233
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 4 augustus 2026
- Zaaknummer
- BRE 23/1959
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie
WOZ/OZB, opbrengstlimiet, ABBB, dwangsommen
Uitspraak
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank:
het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van 7 februari 2023 die betrekking heeft op nagenoemde waardebeschikking en belastingaanslagen;
de klachten van belanghebbende betreffende de dwangsombeschikking van 7 september 2022;
de klachten van belanghebbende betreffende de dwangsombeschikking van 2 maart 2023.
1.1.
Met dagtekening 25 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar bij beschikking met nummer [nummer] (hierna: de beschikking) opgelegd het navolgende,
namens de gemeente Breda:
de waarde van de onroerende zaak [adres] te [plaats] op 1 januari 2022 (toestandsdatum) op € 250.000;
de aanslagen (eigenaar en gebruiker) in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Breda voor het jaar 2022;
de aanslag rioolheffing gebruiker 2022;
namens het waterschap Brabantse Delta:
de aanslag watersysteemheffing gebouwd 2022;
de aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimten 2022.
1.2.
Op 8 april 2022 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen de voornoemde beschikking en alle aanslagen die met dagtekening 25 februari 2022 aan belanghebbende zijn opgelegd. Belanghebbende heeft hierbij verzocht om toezending van het taxatieverslag.
1.3.
Bij brief met dagtekening 13 juli 2022, ontvangen door de belastingdienst op 20 juli 2022, heeft belanghebbende aan de heffingsambtenaar een ingebrekestelling verzonden (ingebrekestelling 1). In ingebrekestelling 1 staat, voor zover van belang, vermeld:
“met brief d.d. 8 april 2022 (..) zijn bezwaarschriften ingediend tegen de belastingen, heffingen en rechten opgenomen in navolgend aanslagbiljet met nummer:
- [nummer] d.d. 25 februari 2022.
(..)
Ingebrekestelling
Tot heden zijn uitspraken op voornoemde bezwaarschriften uitgebleven. Daarmee is niet tijdig beslist op deze bezwaarschriften. Ik verzoek u dringend alsnog een dergelijke uitspraak op deze bezwaarschriften te doen (..).
1.4.
Bij dwangsombeschikking van 7 september 2022 (dwangsombeschikking 1) heeft de heffingsambtenaar de ingebrekestelling niet-ontvankelijk verklaard.
1.5.
Op 19 oktober 2022 heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen dwangsombeschikking 1. Het bezwaar is ingediend door verzending van een e-mail aan een e-mailadres van een ambtenaar. Dit bezwaar behoort niet tot de gedingstukken.
1.6.
Met dagtekening 5 december 2022 stuurt de gemachtigde van belanghebbende een brief aan de heffingsambtenaar. In deze brief schrijft zij:
“Met bezwaarschrift van 19 oktober 2022 is een pro forma bezwaarschrift ingediend tegen uw besluit van 7 september 2022 dat geen dwangsom is verbeurd.
Tot op heden is een uitspraak op voornoemd bezwaarschrift van 19 oktober 2022 uitgebleven. Daarmee is niet tijdig beslist op dit bezwaarschrift. Ik verzoek u dringend alsnog een dergelijke uitspraak op dit bezwaarschrift te doen (..)”
1.7.
Met dagtekening 15 december 2022 stuurt de heffingsambtenaar een brief aan (de gemachtigde) van belanghebbende. In deze brief wordt zij erop gewezen dat het bezwaar van 19 oktober 2022 niet op de juiste wijze is ingediend. Belanghebbende wordt verzocht om binnen 3 weken het verzuim te herstellen en het bezwaar alsnog via de juiste weg in te dienen.
1.8.
Met dagtekening 5 januari 2023 motiveert belanghebbende het bezwaarschrift tegen de dwangsombeschikking van 7 september 2022. De motivering van het bezwaar is op de juiste wijze bij de heffingsambtenaar ingediend. Voor zover hier van belang, is de motivering van dit bezwaarschrift het volgende opgenomen:
“Met brief van 7 september 2022 overweegt u dat ter zake van het bezwaar tegen de aanslag Watersysteemheffing Gebouwd de beslistermijn nog niet was verstreken ten tijde van de ingebrekestelling van 13 juli 2022 en verklaart u de ingebrekestelling niet-ontvankelijk.
Met e-mail van 19 oktober 2022 is pro forma bezwaar ingediend tegen het besluit van 7 september 2022. Met brief van 15 december 2022 verzoekt u voornoemd bezwaarschrift te motiveren. Voornoemd bezwaar wordt met deze brief gemotiveerd.”
1.9.
Bij brief met dagtekening 9 januari 2023, ontvangen door de heffingsambtenaar op 11 januari 2023 heeft belanghebbende aan de heffingsambtenaar een ingebrekestelling verzonden (ingebrekestelling 2). In deze ingebrekestelling is het volgende opgenomen:
“Met brief d.d. 8 april 2022 zijn pro forma bezwaarschriften ingediend tegen de belastingen, heffingen en rechten opgenomen in navolgend aanslagbiljet met nummer:
- [nummer] d.d. 25 februari 2022.
(..)
Ingebrekestelling
Tot heden zijn uitspraken op de bezwaarschriften ten aanzien van de WOZ-beschikking, aanslag Rioolheffing en aanslag Zuiveringsheffing uitgebleven. Daarmee is niet tijdig beslist op deze bezwaarschriften. Ik verzoek u dringend alsnog een dergelijke uitspraak op deze bezwaarschriften te doen (..)”
1.10.
Met dagtekening 22 januari 2023 heeft belanghebbende haar bezwaren tegen de met dagtekening 25 februari 2022 opgelegde aanslagen gemotiveerd. Gelijktijdig met de motivering van het bezwaar heeft belanghebbende de heffingsambtenaar verzocht om de volgende informatie te overleggen (verzoek ex artikel 40 WOZ):
gehanteerde grondprijzenbrief of nota met uitgifteprijzen voor woningbouw, bedrijfsterreinen en met name grond voor maatschappelijke en/of bijzonder doeleinden;
door verweerder ten aanzien van vergelijkbare sportaccommodaties in [plaats] gehanteerde prijzen per m2;
grondstaffel;
taxatiekaart met KOUDVL factoren;
(lucht)foto’s van het object en objectonderdelen met vermelding van oppervlakte.
1.11.
Op 26 januari 2023 heeft de heffingsambtenaar (een gedeelte) van de door belanghebbende gevraagde informatie aan haar toegezonden, namelijk:
het taxatieverslag van de onroerende zaak;
het taxatieverslag;
een luchtfoto;
een overzicht grondprijs incourant [plaats] ;
grondprijzen [plaats] 2022;
brochure grondprijzen [plaats] 2020.
1.12.
Op 30 januari 2023 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Na afloop van de hoorzitting zijn de volgende aanvullende stukken aan belanghebbende toegezonden:
de begroting waterschap Brabantse Delta;
de begroting gemeente Breda ;
Corona-correctie onroerende goed;
addendum taxatiewijzer Algemene handreiking invloed corona op waardepeildatum 1 januari 2020;
Kadaster: Eigendomsinformatie [kenmerk 1];
Kadaster: Eigendomsinformatie [kenmerk 2].
1.13.
Belanghebbende heeft op 2 februari 2023 de motivering van haar bezwaren tegen de met dagtekening 25 februari 2022 opgelegde aanslagen nader aangevuld.
1.14.
Met dagtekening 7 februari 2023 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar gedaan ten aanzien van de met dagtekening 25 februari 2022 vastgestelde verzamel-beschikking WOZ en belastingaanslagen. De beslissing luidt als volgt:
“(…)
Na beoordeling van uw bezwaarschrift, betreffende de aanslag gemeentelijke- en/of
waterschapsbelastingen 2022 met aanslagnummer [nummer] , heb ik besloten om:
• uw bezwaar ongegrond te verklaren;
• het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen;
• de aanslagregel [adres] [plaats] , onroerende zaakbelasting eigenaar niet-woning groot € 576,25 te handhaven;
• de aanslagregel [adres] [plaats] , onroerende zaakbelasting gebruiker niet-woning groot € 465,25 te handhaven;
• de aanslagregel [adres] [plaats] , watersysteemheffing gebouwd groot € 78,75 te handhaven;
• de aanslagregel [adres] [plaats] , WOZ-beschikking groot € 250.000,00 te
handhaven.”
1.15.
Met dagtekening 10 februari 2023 stuurt de heffingsambtenaar aan (de gemachtigde van) belanghebbende een brief met als onderwerp ‘Aanvulling uitspraak op bezwaar’. In deze brief schrijft de heffingsambtenaar, voor zover hier van belang, het volgende:
“Tot mijn spijt heb ik bij een controle moeten constateren dat genoemde uitspraak niet volledig is nu niet is ingegaan op alle door u aangedragen punten. Dit betreft de punten met betrekking tot aanslagregels rioolheffing, watersysteemheffing gebouwd en zuiveringsheffing. Bovendien ontbreekt een formeel besluit omtrent de aanslagregels rioolheffing en zuiveringsheffing nu deze niet in het dictum worden benoemd. Hiervoor bied ik u in de eerste plaats mijn verontschuldigingen aan.
Daarnaast wil ik deze onvolkomenheid middels dit schrijven corrigeren.
(..)
Beslissing
Gelet op het bovenstaande heb ik, betreffende de aanslag gemeentelijke- en/of
waterschapsbelastingen 2022 met aanslagnummer [nummer] , besloten om:
- uw bezwaar ongegrond te verklaren;
- de aanslagregel [adres] [plaats] , rioolheffing gebruiker niet-woning groot € 230,40 te handhaven;
- de aanslagregel [adres] [plaats] , zuiveringsheffing bedrijfsruimten groot € 188,55 te handhaven.”
1.16.
Op 2 maart 2023 heeft de heffingsambtenaar een dwangsombeschikking genomen (dwangsombeschikking 2), naar aanleiding van de ingebrekestelling (ingebrekestelling 2) die belanghebbende op 11 januari 2023 heeft ingediend. Aan belanghebbende is een dwangsom van € 299 toegekend.
1.17.
Belanghebbende heeft op 21 maart 2023 een beroepschrift ingediend tegen de uitspraak op bezwaar van 7 februari 2023 betreffende het verzamelbiljet waarmee de waardebeschikking en de belastingaanslagen bekend zijn gemaakt.
1.18.
Belanghebbende heeft bij brief met dagtekening 12 april 2023, ontvangen door de heffingsambtenaar op 13 april 2023, bezwaar gemaakt tegen dwangsombeschikking 2.
1.19.
Op 23 oktober 2023 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar. In dit gesprek heeft de heffingsambtenaar aangegeven dat het bezwaar tegen dwangsombeschikking 2 wordt aangehouden in afwachting van een procedure bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
1.20.
Op 19 december 2024 heeft de heffingsambtenaar uitspraak op bezwaar gedaan met betrekking tot dwangsombeschikking 2. Het bezwaar is ongegrond verklaard.
1.21.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende (voornoemd) en, namens de heffingsambtenaar, de heer [persoon] .
1.22.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. Het doen van deze uitspraak heeft geruime tijd meer gekost dan beoogd en dan wenselijk is. De rechtbank betreurt dat.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.