ECLI:NL:RBZWB:2026:7296
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Uitspraak
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 12021879 \ CV EXPL 25-6578 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Bodemzaak
Inhoudsindicatie
Verhuurder wil dat huurder de gehuurde woning verlaat, omdat hij het gehuurde niet heeft gebruikt als van een goed huurder verwacht mag worden. Verhuurder stelt dat huurder zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst niet is nagekomen, door de woning te gebruiken als bedrijfsruimte voor illegale prostitutieactiviteiten. Huurder ontkent betrokkenheid en stelt geen kennis gehad te hebben van de activiteiten. Er is misbruik gemaakt van zijn kwetsbare positie. De kantonrechter oordeelt dat huurder tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Vervolgens moet de kantonrechter een belangenafweging maken om te bepalen of de tekortkoming leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat het belang van verhuurder in dit geval prevaleert boven het woonbelang van huurder. Hij zal de woning dus moeten verlaten.
Uitspraak
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Alle rechtsoverwegingen, de toegepaste wetsartikelen en de gerelateerde uitspraken.