ECLI:NL:RVS:2026:3863
Raad van State
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 202406367/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 6 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan betrokkenen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Betrokkenen vormen een gezin van twee ouders met hun twee meerderjarige dochters. Zij hebben de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en de twee dochters op 7 augustus 2017 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij geloofwaardig achtte dat zij bekeerd zijn. De vader is zijn gezin later nagereisd en de minister heeft aan hem op 29 maart 2018 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000. In de besluiten van 6 mei 2022 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat betrokkenen met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen hebben afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaats vinden.