ECLI:NL:RVS:2026:3945
Raad van State
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 202505069/1/V6
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1982. Hij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. Hij baseert dit op twee rapporten taalanalyse van 9 juni 2004 en 23 juni 2004 (de taalanalyses) van Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)). Uit de taalanalyse van 9 juni 2004 volgt dat [appellant] eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Soedan.