ECLI:NL:RVS:2026:3970
Raad van State
- Uitspraak
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 202503091/1/V2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Appellanten vormen een gezin van een moeder met haar twee meerderjarige zonen. Zij hebben allen de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en haar destijds minderjarige zoon na een initiële afwijzing van de asielaanvragen met ingang van 21 september 2017 alsnog een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van de moeder als gevolg van haar afvalligheid geloofwaardig achtte. Aan de destijds al meerderjarige zoon heeft de minister een zelfstandige verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van zijn moeder geloofwaardig achtte. In het besluit van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de moeder met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen heeft afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en over de vraag hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaatsvinden.