Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RVS:2026:3978

Raad van State

Uitspraak
8 juli 2026
Zaaknummer
202502900/1/V6
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt dat hij de Iraakse nationaliteit heeft. Hij had eerst een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarna heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid gekregen en vervolgens een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. [appellant] draagt samen met zijn vrouw de zorg voor hun drie kinderen, waarvan er twee meervoudig gehandicapt zijn. In het bijzonder de oudste dochter van [appellant] heeft door haar beperkingen veel intensieve zorg nodig. [appellant] heeft ter onderbouwing van het naturalisatieverzoek een onvertaalde gelegaliseerde geboorteakte overgelegd. Ook heeft hij een Iraakse huwelijksakte, een bevestiging van het huwelijk, een woonverklaring, een ‘Copy of Entry 1957’ van zijn echtgenote en meerdere onvertaalde documenten overgelegd. Het naturalisatieverzoek is afgewezen, omdat [appellant] zijn nationaliteit niet heeft aangetoond. [appellant] heeft namelijk geen geldig paspoort overgelegd. Hierdoor voldoet [appellant] niet aan de documenteis voor de verkrijging van het Nederlanderschap.