Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RVS:2026:4007

Raad van State

Uitspraak
15 juli 2026
Zaaknummer
202504996/1/A2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 5 augustus 2025, waarbij het door hem gedane verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 januari 2025 ongegrond is verklaard. De uitspraak van de rechtbank van 26 november 2024 op het door [appellant] gedane verzet is een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen kan, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep worden ingesteld. Dit is het zogeheten appelverbod. Er kan alleen aan deze bepaling voorbij worden gegaan wanneer er sprake is van zodanige schending van beginselen van goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat moet worden geoordeeld dat er geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden. [appellant] betoogt dat een dergelijke situatie aan de orde is. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank fundamentele procedurele voorschriften en waarborgen heeft geschonden. Zo heeft zowel hij als zijn gemachtigde geen uitnodiging ontvangen voor de zitting, heeft hij geen toegang gehad tot het procesdossier en was de rechter ogenschijnlijk partijdig, gelet op zijn nevenfunctie.