ECLI:NL:RVS:2026:4115
Raad van State
- Uitspraak
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 202306737/1/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
[wederpartij] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe op zijn verzoek om handhavend op te treden van 19 december 2022 tegen de aanwezigheid van een woonwagen op het adres [locatie] in IJzendoorn. [wederpartij] heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op zijn handhavingsverzoek van 19 december 2022. Volgens [wederpartij] heeft het college de brief van 9 februari 2023 (de verdagingsbrief), waarin het college [wederpartij] heeft laten weten dat hij de beslissing met twaalf weken uitstelt en uiterlijk 9 mei 2023 een besluit zal nemen, niet tijdig verzonden en de beslistermijn daarom niet verlengd. [wederpartij] heeft verklaard de verdagingsbrief op 17 februari 2023, na het verstrijken van de beslistermijn, te hebben ontvangen. Het college heeft met de brief van 9 mei 2023 gereageerd op het handhavingsverzoek. De rechtbank heeft overwogen dat het college de verzending van de verdagingsbrief niet aannemelijk heeft gemaakt en dat het ook niet aannemelijk heeft gemaakt naar welk adres het college de brief heeft verstuurd. Zij twijfelt niet aan de verklaring van [wederpartij] dat hij de verdagingsbrief op 17 februari 2023 heeft ontvangen.