ECLI:NL:RVS:2026:4145
Raad van State
- Uitspraak
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 202401101/1/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden met betrekking tot de door de gemeente verrichte werkzaamheden aan de mandelige keldermuur in het pand [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.