ECLI:NL:RVS:2026:4148
Raad van State
- Uitspraak
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 202406514/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd. Op 13 januari 2023 heeft [appellant] zich bij de Sociale Dienst Drechtsteden aangemeld om hulp te krijgen met zijn schulden. Hij is hierop toegelaten tot de schuldhulpverlening en er is een plan van aanpak opgesteld. Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur de schuldhulpverlening beëindigd omdat [appellant] onvoldoende meewerkt, zo zou hij de gevraagde stukken niet aanleveren. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van een gesprek tussen medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden en [appellant], heeft het dagelijks bestuur op 21 juni 2023 geconcludeerd dat het belang van [appellant] bij een oplossing voor zijn schuldenproblematiek dermate zwaar weegt dat het besluit van 1 mei 2023 moet worden ingetrokken. Omdat met het besluit van 21 juni 2023 de schuldhulpverlening is hervat, heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van [appellant] tegen het stopzetten niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van dit bezwaar.