ECLI:NL:RVS:2026:4149
Raad van State
- Uitspraak
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 202504853/1/V6
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar en haar zoon het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Zuid-Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1981. Zij heeft op 1 maart 1997 een asielaanvraag ingediend en zij heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. [appellante] heeft de minister op 17 januari 2022 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan haar identiteit en nationaliteit. Hij heeft deze twijfel gebaseerd op een rapport taalanalyse van 13 juli 2006 die het Bureau Land en Taal van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal) heeft opgesteld in een eerdere door [appellante] gevoerde asielprocedure. Uit het rapport taalanalyse volgt dat [appellante] eenduidig te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Oeganda. Ook heeft de minister het ‘Age Assessment Certificate’, dat [appellante] bij de gemeente Schiedam heeft overgelegd, aan zijn twijfel ten grondslag gelegd. Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 6 januari 2022 volgt dat het document hoogstwaarschijnlijk niet in deze staat is opgemaakt en afgegeven. Verder heeft de minister gewezen op een verklaring van de Soedanese ambassade in Den Haag van 14 maart 2006 waaruit volgt dat de ambassade de Soedanese herkomst en/of nationaliteit van [appellante] niet kon bevestigen.