ECLI:NL:RVS:2026:4278
Raad van State
- Uitspraak
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- 202307844/1/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij brief van 21 april 2022 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Leeuwarden het verzoek van [appellant] met als onderwerp ‘aanvraag wijziging tenaamstelling ligplaatsvergunning’ afgewezen.[appellant] is eigenaar van een perceel in Warten, dat voor een deel bestaat uit water. Een klein hoekje van dit perceel valt binnen de functieaanduiding "Specifieke vorm van water - recreatie-ark" uit het bestemmingsplan "Leeuwarden - Arken en woonschepen". Deze aanduiding voorziet in een ligplaats voor een recreatie-ark [partij A] en [partij B] hebben hun recreatie-ark liggen op de plek van de aanduiding. [appellant] wil de ligplaats graag innemen en heeft hierover een verzoek ingediend bij het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de eigen reactie op het verzoek van [appellant] in het besluit op bezwaar ten onrechte als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft aangemerkt.