ECLI:NL:RVS:2026:4300
Raad van State
- Uitspraak
- 22 juli 2026
- Zaaknummer
- 202303216/1/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij twee afzonderlijke besluiten van 16 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilversum aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van de bedrijfswoning op het perceel [locatie 1] in Hilversum voor burgerbewoning in strijd met het bestemmingsplan te beëindigen en beëindigd te houden. Op het perceel is het dierenasiel van Crailo gevestigd, waarvan [appellant sub 1] tussen 1982 en 2017 onder meer beheerder en directeur was. Ter vervanging van een op het perceel aanwezige dienstwoning, is voor de bouw van de huidige bedrijfswoning op het perceel op 28 oktober 2002 een omgevingsvergunning verleend aan Crailo. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn beiden eigenaar van de bedrijfswoning. [appellant sub 1] woont in de bedrijfswoning sinds de bouw daarvan in 2003. [appellant sub 2] heeft ook in de bedrijfswoning gewoond, maar is een aantal jaar geleden verhuisd. Hoewel [appellant sub 1] sinds juni 2017 niet meer in dienst is bij Crailo, is hij met zijn kinderen in de bedrijfswoning op het perceel blijven wonen. Sindsdien hebben Crailo en [appellant sub 1] onderling meerdere juridische procedures met elkaar gevoerd die onder andere hebben geleid tot het verzoek van Crailo om handhavend op te treden tegen het gebruik van de bedrijfswoning als burgerwoning door [appellant sub 1] en [appellant sub 2]. Naar aanleiding hiervan heeft het college aan [appellant sub 1] en [appellant sub 2] de lasten onder dwangsom opgelegd waarom het in deze zaak draait.