ECLI:NL:RVS:2026:4428
Raad van State
- Uitspraak
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- 202505653/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 maart 2024, op schrift gesteld op 12 maart 2024, heeft de burgemeester van Utrecht besloten om het pand aan de [locatie] per direct, te weten 6 maart 2024, en gedurende zes maanden in zijn geheel te sluiten. [appellante] huurde de woning aan de [locatie] in Utrecht. Op 5 maart 2024 is een inspecteur binnengetreden in deze woning, vanwege een melding van de politie dat hier een hennepkwekerij was aangetroffen. De inspecteur heeft geconstateerd dat er drie verschillende kweekruimtes voor hennep waren en dat er op een gevaarlijke manier stroom werd gestolen. De politie heeft in de woning 115 hennepplanten aangetroffen. De burgemeester heeft daarop op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a van de Opiumwet de woning van [appellante] gesloten voor de duur van zes maanden. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. De burgemeester heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is, vanwege het ontbreken van procesbelang, en heeft het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat [appellante] haar schade onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.