Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RVS:2026:4438

Raad van State

Uitspraak
29 juli 2026
Zaaknummer
202500095/1/A2
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een aanvraag van [appellant] om verlening van een woningvormingsvergunning voor het verbouwen van de woning aan de [locatie] tot drie zelfstandige appartementen afgewezen. [appellant] is eigenaar van een oud herenhuis aan de [locatie] (hierna: de woning), waar hij zes onzelfstandige woonruimten heeft gecreëerd ten behoeve van kamerverhuur. [appellant] verhuurt deze kamers sinds 2006. Hiervoor heeft hij een gebruiksvergunning. Hij heeft bij het college een aanvraag ingediend om de woning te mogen verbouwen naar drie zelfstandige appartementen. Het college heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de woning in het Statenkwartier ligt en in dat gebied op grond van artikel 5:2 van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 in samenhang gelezen met artikel 5:6, tweede lid, en bijlage III bij die verordening een verbod op woningvorming geldt. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de woningvormingsvergunning mocht weigeren. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college afdoende heeft gemotiveerd waarom geen aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen.