Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RVS:2026:4448

Raad van State

Uitspraak
29 juli 2026
Zaaknummer
202406199/1/R1 en 202500794/1/R1
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op de [locatie A] in Zaandam, afgewezen. [appellanten sub 2] wonen aan de [locatie A] in Zaandam. [appellant sub 1] woont in de woning ernaast, aan de [locatie B]. De woningen bestaan oorspronkelijk uit twee bouwlagen, namelijk de begane grond en de eerste verdieping. Niet in geschil is dat de woningscheidende muur op de begane grond en de eerste verdieping mandelig is. Bij besluit van 7 september 2005 heeft het college aan [appellanten sub 2] een bouwvergunning verleend voor de bouw van een dakopbouw als tweede verdieping op hun woning. [appellant sub 1] woonde toen al in de woning ernaast. Deze dakopbouw is in 2006 gebouwd. [appellant sub 1] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de dakopbouw op haar perceel. Een toezichthouder van de gemeente Zaanstad heeft naar aanleiding van het handhavingsverzoek op 21 oktober 2022 een controle uitgevoerd en heeft geconstateerd dat de dakopbouw in afwijking van de verleende bouwvergunning is gebouwd. De bouwvergunning staat toe om te bouwen op de scheidende mandelige muur. De daarop gebouwde zijmuur van de dakopbouw steekt echter 3 cm over de mandelige muur uit en is in zoverre over de gehele diepte van de woning op het dak van [appellant sub 1] gebouwd.