ECLI:NL:RVS:2026:4677
Raad van State
- Uitspraak
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202601104/2/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Vereenvoudigde behandeling
Inhoudsindicatie
[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad van 18 maart 2026, waarbij het door [appellanten] gemaakte bezwaar tegen het besluit van het college van 16 oktober 2025 over het op kosten van [appellanten] verwijderen van onjuist aangeboden huisvuil niet-ontvankelijk is verklaard. [appellanten] moeten voor het door hun ingestelde beroep griffierecht betalen. Zij zijn bij aangetekend verzonden brief van 15 april 2026 hierop gewezen. Nadat is gebleken dat [appellanten] het griffierecht niet hebben betaald, is aan hen bij aangetekend verzonden brief van 20 mei 2026 meegedeeld dat het te betalen griffierecht uiterlijk op 17 juni 2026, moet zijn betaald. Omdat [appellanten] in hun beroepschrift hebben aangegeven dat zij inmiddels de huur van hun woning hebben opgezegd, heeft de Afdeling bij de gemeente Zaanstad opgevraagd waar zij woonachtig zijn. Uit de verkregen informatie is gebleken dat [appellanten] niet meer op het opgegeven adres wonen, maar dat er geen nieuw adres bekend is. Het griffierecht is niet betaald.