ECLI:NL:RVS:2026:4712
Raad van State
- Uitspraak
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202505857/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep, Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie
[appellante] woont samen met haar dochter aan de [locatie] in Leiden. De Dienst Toeslagen heeft de dochter van [appellante] aangemerkt als toeslagpartner, omdat zij de leeftijd van 27 jaar heeft bereikt. Dit heeft erin geresulteerd dat het eerder verleende voorschot zorgtoeslag over 2024 is herzien van € 1.483,00 naar nihil en het eerder verleende voorschot kindgebonden budget over 2024 van € 5.919,00 naar € 2.436,00. Dit heeft geleid tot een terugvordering van € 369,00 aan teveel uitbetaalde voorschotten zorgtoeslag. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de dochter van [appellante] terecht als toeslagpartner heeft aangemerkt. De dochter van [appellante] is ouder dan 27 jaar en staat samen met [appellante] en nog één minderjarig kind van [appellante] ingeschreven op het adres. De terugvordering van de teveel uitbetaalde voorschotten zorgtoeslag is niet onevenredig, aldus de rechtbank.