ECLI:NL:RVS:2026:4723
Raad van State
- Uitspraak
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202407752/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de paspoortaanvraag van [appellante] niet in behandeling genomen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1997 in Turkije. Na haar geboorte heeft haar vader op 2 augustus 1997 het Nederlanderschap verkregen. Daarbij is een voorbehoud gemaakt dat de minderjarige kinderen het Nederlanderschap wordt onthouden en voor hen geen verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland is toegestaan. Hierdoor is [appellante] niet meegenaturaliseerd. Zij heeft op 6 december 2022 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Istanbul. Die aanvraag heeft de minister niet in behandeling genomen, omdat [appellante] het Nederlanderschap nooit heeft verkregen. Het bezit van het Nederlanderschap is een dwingende voorwaarde om een Nederlands paspoort te krijgen.