ECLI:NL:RVS:2026:4866
Raad van State
- Uitspraak
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202400209/3/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5604, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overweging 7.1 het daar omschreven gebrek in het besluit van 30 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Lint Krommenie" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. Het gaat er in deze procedure om dat er op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan "Lint Krommenie" op 30 november 2023 sprake was van een aan [partij A] en [partij B] verleende, maar nog niet onherroepelijke omgevingsvergunning voor het realiseren van 12 appartementen op het perceel Noorderhoofdstraat 149 in Krommenie. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling uiteengezet dat deze omgevingsvergunning, hoewel nog niet onherroepelijk, een zwaarwegend belang vormt dat de raad moet betrekken bij zijn besluitvorming over het bestemmingsplan. Dit betekent dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan rekening moet houden met de verleende omgevingsvergunning. Dat heeft de raad gedaan door een bouwvlak in de verbeelding op te nemen voor de bebouwing van het vergunde bouwplan. De Afdeling heeft de raad zo begrepen dat hij voor de ruimtelijke onderbouwing van het als zodanig bestemmen van het bouwplan aansluiting heeft gezocht bij de ruimtelijke onderbouwing van het college van burgemeester en wethouders bij de verleende omgevingsvergunning.