ECLI:NL:RVS:2026:4988
Raad van State
- Uitspraak
- 26 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202502847/4/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Bij tussenuitspraak van 17 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6191, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Weert opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat daarin is overwogen, de gebreken in het besluit gedateerd op 31 november 2022 te herstellen, de uitkomst aan de Afdeling mee te delen en het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het college onbevoegd was om een besluit te nemen op het verzoek van [partij] op grond van de Woo, voor zover dat verzoek ziet op aangelegenheden die alleen de burgemeester betreffen. Ook heeft zij geoordeeld dat het college de besluiten onzorgvuldig heeft voorbereid, omdat het college het Woo-verzoek ten onrechte niet heeft doorgezonden aan de burgemeester, nu het verzoek uitsluitend betrekking heeft op e-mails die zich in de functionele mailbox van de burgemeester bevinden en deze e-mails kan bevatten die betrekking hebben op de burgemeester anders dan als deel van het college, op andere bestuurlijke activiteiten of op privézaken. De burgemeester, dat wil zeggen de persoon die dit ambt op dat moment vervult, had een inventarisatie van de inhoud van de mails moeten maken om te bepalen welke informatie onder welk orgaan berust.