Naar hoofdinhoud

ECLI:NL:RVS:2026:4990

Raad van State

Uitspraak
26 augustus 2026
Zaaknummer
202405168/1/R3
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep

Inhoudsindicatie

In het besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een last onder dwangsom opgelegd in verband met het bouwen en in stand houden van een fietsenberging in de voortuin zonder geldige omgevingsvergunning. [appellant] woont aan de [locatie] in Den Haag. Op 8 januari 2007 is een omgevingsvergunning verleend voor een overdekte fietsenberging in de voortuin. Naar aanleiding van een melding heeft op 8 juli 2021 een inspectie plaatsgevonden. De inspecteur heeft daarbij geconstateerd dat er zonder een geldige omgevingsvergunning een nieuwe overdekte fietsenberging is gebouwd die groter is dan de vorige fietsenberging. Het college heeft daarom op 29 juli 2021 een waarschuwingsbrief gestuurd om uiterlijk 16 september 2021 een omgevingsvergunning aan te vragen dan wel de overtreding te beëindigen door het bouwwerk te verwijderen of de verbouwing ongedaan te maken en het bouwwerk terug te brengen naar de laatste situatie waarvoor wel een vergunning is verleend. [appellant] heeft op 15 september 2021 een aanvraag ingediend voor het legaliseren van de fietsenberging. Op 28 januari 2022 heeft het college een besluit genomen op de aanvraag van [appellant] en de vergunning geweigerd. Het college heeft vervolgens in het besluit van 14 juni 2022 aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd.