ECLI:NL:RVS:2026:4991
Raad van State
- Uitspraak
- 26 augustus 2026
- Zaaknummer
- 202500474/1/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Hoger beroep
Inhoudsindicatie
Op 4 juni 2022 is [appellante] door de bewaarder via een kennisgeving geïnformeerd over een bijhouding van de Basisregistratie Kadaster (BRK). Op 3 mei 2022 is een verklaring van erfrecht ingeschreven in de openbare registers. Op basis van de ingeschreven verklaring van erfrecht heeft bijhouding van de BRK plaatsgevonden. Uit de verklaring blijkt dat de eigendom van onroerend goed, te verdelen onder zeven erfgenamen, onder wie [appellante], voor de helft is bezwaard met het recht van vruchtgebruik. Voor iedere erfgenaam is als gevolg daarvan 1/14 deel onbezwaard en 1/14 deel bezwaard eigendom ingeschreven. [appellante] kan zich hier niet in vinden omdat volgens haar onjuist is dat nog vruchtgebruik op het onroerend goed zou rusten. Volgens de bewaarder kan hij bij het bijhouden van de registers alleen uitgaan van de inhoud van akten zoals deze staan ingeschreven in de openbare registers. Mocht het vruchtgebruik zijn geëindigd dan moet dat daarom blijken uit een notariële akte of een rechterlijke uitspraak. Hangende beroep heeft [appellante] alsnog een notariële akte laten opstellen en is het geregistreerde vruchtgebruik doorgehaald.