Van den opbrengst der regten op de in-, uit- en doorvoer, tollen en buitenlandsche tonnengelden, zal jaarlijks eene som, niet te boven gaande die van een millioen en driemaal honderd duizend guldens, worden gepreleveerd, welke uitsluitend zal zijn bestemd, niet alleen om door het toeleggen van premien, in het bijzonder ondersteuning te bezorgen aan die takken van nationale nijverheid, aan welke dezelve niet genoegzaam kan worden verleend, zonder de regten te brengen tot eene zoodanige hoogte welke van nadeeligen invloed op de commercie zouden kunnen zijn, of tot bevordering der sluikerijen aanleiding geven, maar ook, om in het algemeen te kunnen strekken ter aanmoediging van fabrijken, trafijken, reederijen, visscherijen en landbouw.
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Stelselwet· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1821