Naar hoofdinhoud

Artikel 143

Artikel 143

Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering· Procesrecht

1. De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen. 2. Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. De in de eerste volzin bedoelde termijn is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de in de eerste volzin bedoelde betekening of daad geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland heeft, maar zijn woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is. 3. Buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. 4. De veroordeelde die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen. Door technische eenmaking van het Wetboek is eenmalig de content van dit element opnieuw vastgesteld.