Naar hoofdinhoud

Artikel 14e

Vervallen.

Onderdeel van Wet op de rechterlijke organisatie· Procesrecht

1. De Hoge Raad beslist bij een arrest, waarin hij zijn bevindingen met betrekking tot de in het verzoekschrift genoemde bezwaren opneemt en zijn oordeel uitspreekt over de gegrondheid daarvan. 2. Een afschrift van het arrest wordt gezonden aan de verzoeker en aan de ambtenaar op wiens gedraging het verzoekschrift betrekking heeft. De Hoge Raad zendt een afschrift van het arrest aan het bestuur van het betrokken gerecht dan wel, indien de klacht gericht is tegen een rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, werkzaam bij de Hoge Raad, aan de president van de Hoge Raad. Blijft van toepassing ten aanzien van: -de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast;-de leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep en het College van beroep voor het bedrijfsleven, met dien verstande dat de Hoge Raad het bestuur van de Centrale Raad van Beroep onderscheidenlijk het College van Beroep voor het bedrijfsleven in de gelegenheid stelt omtrent een aanhangige klacht schriftelijk of mondeling inlichtingen te verstrekken en van zijn gevoelen daaromtrent te doen blijk geven;-de personen, niet zijnde rechterlijk ambtenaar, die deel uitmaken van een meervoudige kamer van een gerechtshof of een rechtbank.